Voormalig Formule 1-coureur Michael Bleekemolen twijfelt openlijk aan de kansen van George Russell om ooit wereldkampioen te worden. Waar hij de Mercedes-coureur vorig jaar nog als een zekere kandidaat zag, heeft de recente opmars van Kimi Antonelli zijn perspectief volledig veranderd.
Volgens Bleekemolen beschikt Russell nog steeds over veel kwaliteiten. Toch roepen de prestaties van zijn jonge teamgenoot inmiddels nieuwe vragen op over de Britse coureur.
De mindere resultaten van Russell betekenen niet automatisch dat hij plotseling minder goed kan rijden, benadrukt Bleekemolen. Omstandigheden en de eigenschappen van een circuit kunnen een belangrijke rol spelen bij de onderlinge verhoudingen.
“Het is niet zo dat hij in één keer in drie of vier maanden niet meer kan rijden,” legt Bleekemolen uit. “De één past beter op een circuit dan de ander. Dan kan het gebeuren dat je er eventjes niet helemaal bij zit.”
De snelle ontwikkeling van Antonelli is echter cruciaal voor Bleekemolen’s twijfels. De jonge coureur heeft zich dit seizoen nadrukkelijk in de strijd om de wereldtitel gemengd, wat zijn snelle progressie aantoont.
“Als ik eerlijk mag zijn, denk ik het niet,” zegt Michael Bleekemolen over de wereldtitelkansen van George Russell. “Vorig jaar had ik ja gezegd, maar nu twijfel ik.”
Gevraagd of Russell een potentiële wereldkampioen is, antwoordt Bleekemolen eerlijk: “Ik word natuurlijk een beetje op het verkeerde been gezet door het middenseizoen dat we nu net allemaal gezien hebben.”
Bleekemolen’s twijfel betekent niet dat hij Russell altijd al tekort vond komen. Vorig jaar zag hij de Brit nog wel degelijk als een potentiële wereldkampioen, die voldoende had laten zien voor de grootste titel.
De recente prestaties van Antonelli hebben echter een ander perspectief gecreëerd. Wanneer een coureur minder overtuigend presteert naast een jonge teamgenoot, kan dit de inschatting van zijn plafond beïnvloeden.
Bleekemolen verwijst daarbij naar het duidelijke verschil tussen de twee Mercedes-coureurs. “Vorig jaar zag je wel dat Russell het beter deed dan Antonelli en nu doet Antonelli het weer beter,” stelt hij.
Dit contrast is voor hem belangrijk bij de beoordeling van Russell. De Brit heeft ervaring en heeft al races gewonnen, maar Antonelli’s prestaties tonen aan dat de onderlinge verhoudingen niet vastliggen.
De Nederlander noemt Antonelli dan ook nadrukkelijk wanneer hij zijn twijfels over Russell toelicht. Wanneer een jonge coureur zich zo snel ontwikkelt, ontstaat de vraag of de meer ervaren rijder nog een volgende stap kan zetten.
Peter Windsor, sprekend bij Cameron Cc, was bijvoorbeeld verrast door Antonelli’s snelheid in de S-bochten, zelfs ten opzichte van Max Verstappen. “Hij pakte tijd op Max in de S-bochten,” aldus Windsor.
Windsor merkte op: “Luister, in het eerste gedeelte van die S-bochten, laten we zeggen bocht drie, vier en vijf, had Max het voordeel. Maar door zes, zeven, acht en negen was het alsof Kimi Antonelli gewoon tijd aan het pakken was.”
Dit verbaasde Windsor zichtbaar, aangezien Verstappen voor hem de absolute referentie is in dergelijke passages. “S-bochten, dat is toch Max zijn natuurlijke habitat?” vraagt Windsor zich af.
Hij vervolgt: “De Maggots, Becketts en Chapels van deze wereld. Succes ermee om daar sneller te zijn. Suzuka? Succes ermee om Max daar te verslaan.” Juist daarom maakt Antonelli’s snelheid zoveel indruk.
“En nu Kimi dat doet, word ik gedwongen om opnieuw te kijken naar wat zijn absolute plafond eigenlijk is,” concludeert Windsor. Antonelli presteert dit bovendien al in zijn tweede seizoen.
“Hij doet dit nu al, Peter, in zijn tweede jaar,” klinkt het in de discussie. “Waar kijken we dan over vijf, zes of zeven jaar naar?”


