Mercedes-motorsportbaas Toto Wolff is het oneens met Williams-teambaas James Vowles over de introductie van een financiële ‘reddingsboei’ in de Formule 1. Vowles stelde voor om een variabel budgetplafond in te voeren, gebaseerd op de positie in het constructeurskampioenschap.
Volgens James Vowles dreigt er onder de huidige financiële regels een kampioenschap met twee snelheden te ontstaan. Het gecombineerde budget voor investeringen (CapEx) en operationele uitgaven (OpEx) bedraagt momenteel 215 miljoen dollar.
Vowles pleit voor aanpassingen aan de regels, zodat lager geklasseerde teams meer financiële ruimte krijgen. Dit zou hen in staat stellen om hun faciliteiten te moderniseren en zo de kloof te dichten.
Toto Wolff voelt er echter weinig voor om het bestedingsbudget te laten afhangen van de positie in het kampioenschap. Hij maakte zijn standpunt duidelijk tijdens de persconferentie van de FIA in aanloop naar de Grand Prix van Singapore.
Wolff trok een vergelijking met het ‘Balance of Performance’-systeem (BoP) uit de endurance-racerij. Dit systeem wordt gebruikt om de onderlinge verschillen tussen wagens te verkleinen en de competitie te bevorderen.
“Persoonlijk spreekt het concept van aanpassingen op basis van behaalde posities mij niet aan. Voor mij is ‘Balance of Performance’ als een rode lap op een stier.”
De Mercedes-topman erkent dat er al kleine correcties bestaan, zoals in de toegestane tijd voor aerodynamische tests. Deze zijn volgens hem nauwelijks zichtbaar voor de toeschouwer en vormen geen groot probleem, omdat ze marginaal zijn.
Wolff betwijfelt of een dergelijk mechanisme wenselijk is. “Willen we echt nog een mechanisme waarbij je meer mag uitgeven aan investeringen of operationele kosten, enkel en alleen op basis van je positie in het kampioenschap? Ik betwijfel het.”
Hij geeft toe dat een team als Williams de figuurlijke en operationele ‘last’ draagt van verouderde faciliteiten. Wolff begrijpt de uitdagingen waar Vowles voor staat bij het team.
“Ik weet dat James een enorme ballast met zich meedraagt: een Formule 1-team van de oude stempel, met enorme werkplaatsen en een omvangrijke eigen productie,” aldus Wolff over de situatie van Williams.
Tegelijkertijd stelt Wolff in vraag of ruimere financiële middelen wel de door James Vowles verhoopte vooruitgang zouden bewerkstelligen. Hij is sceptisch over het potentieel van extra budgetten.
“Maar ik denk niet dat een verruiming van de investerings- of operationele budgetten, zelfs niet met een specifiek aanpassingsmechanisme, veel extra potentieel zal ontsluiten,” concludeerde Wolff.
Volgens Toto Wolff kampt de sport met een ander, fundamenteler probleem. Dit betreft hoe teams hun personeel kunnen behouden te midden van de huidige financiële beperkingen.
Hij wijst op de uitdaging om hoogopgeleid personeel te behouden. “Je kunt iemand vandaag de dag nog wel op basis van enthousiasme naar een Formule 1-team halen.”
“Maar na vijf, zes of zeven jaar, zeker als iemand een doctoraat op zak heeft, wordt het een probleem als de salarissen achterblijven bij die in de technologiesector, bij hedgefondsen of in de investeringsbankierswereld.”
Het laatste woord over de financiële regels in de Formule 1 is duidelijk nog niet gezegd, en de discussie tussen de teambazen blijft voortduren.


