De Formule 1 zet in 2026 een significante stap richting duurzaamheid met een reductie van 35 procent in CO₂-uitstoot sinds 2018. Deze daling vertegenwoordigt een vermindering van bijna 80.000 ton CO₂, wat gelijkstaat aan meer dan 100.000 transatlantische vluchten tussen Londen en New York.
De sport streeft ernaar om in 2030 klimaatneutraal te zijn, een ambitieus doel dat de hele paddock beïnvloedt.
Ten opzichte van 2024 is er een verdere daling van 12 procent in uitstoot gerealiseerd. Deze vooruitgang is het resultaat van gezamenlijke inspanningen binnen de sport, van het stroomlijnen van de kalender tot grotere investeringen in duurzame brandstoffen.
Koolstofvezel reparatie in de F1 garage
Koolstofvezel is een fundamenteel materiaal in de Formule 1 vanwege zijn lichtheid en sterkte. Schade aan deze complexe onderdelen vereist gespecialiseerde reparatietechnieken direct in de F1-garage.
Teams voeren vaak ‘cut and shut’ reparaties uit op onderdelen zoals de vloer, gedreven door het kostenplafond en de beperkte beschikbaarheid van reserveonderdelen. Dit betekent dat beschadigde secties worden verwijderd en vervangen door nieuwe of gerepareerde koolstofvezelstukken.
Het reparatieproces omvat het verspringen van de snijlijnen van de koolstofvezelhuiden, waarna de delen worden samengevoegd. Een nieuwe strook geweven koolstofvezel, geïmpregneerd met hars, wordt over de verbindingen geplaatst om de structurele integriteit te herstellen.
Vervolgens wordt het gerepareerde gebied afgedekt met een ademende doek en een plastic folie, die vacuüm wordt gezogen met een pomp. Warmte wordt toegepast met een elektrische deken om het harsysteem uit te harden, wat de verbinding verstevigt.
Deze reparaties kunnen een kleine gewichtstoename tot gevolg hebben, bijvoorbeeld ongeveer 1 kilogram voor een vloer. Dit vormt een afweging tussen gewicht en aerodynamische prestaties, een constante uitdaging voor de technische teams.
3D printen van onderdelen op het Circuit
3D printen is een sleuteltechnologie geworden in de Formule 1, waarbij elk team 3D-geprinte onderdelen gebruikt en de techniek inzet voor het testen van nieuwe ontwerpen. De FIA heeft voor het seizoen 2026 meer materialen vrijgegeven voor 3D printen, inclusief componenten in het chassis van de F1-racewagens.
Metaal 3D printen, met materialen zoals Scalmalloy en aluminium, wordt gebruikt voor het produceren van sterke en lichtgewicht onderdelen. Deze techniek maakt het mogelijk om complexe geometrieën te creëren die met traditionele methoden onhaalbaar zijn.
In 2021 reed de F1-wagen van Alfa Romeo Racing Orlen al met 304 3D-geprinte onderdelen, waarvan een aanzienlijk deel van metaal was. Mercedes en Red Bull Ford Powertrains maken gebruik van 3D printen voor motoronderdelen, wat resulteert in lichtere en sterkere componenten die zich kunnen aanpassen aan veranderende temperaturen en krachten tijdens een race.
De reglementen van 2026 specificeren expliciet de toegestane materialen voor additive manufacturing, met een nadruk op metaalpoeders voor ‘near-net shape’ componenten. Deze materialen worden geselecteerd op hun superieure sterkte-gewichtsverhouding en hittebestendigheid, essentieel voor uitlaatconstructies en andere kritieke delen.
Beryllium is verboden in 3D printmaterialen vanwege gezondheids- en veiligheidsredenen. De uiteindelijke massa van een additief vervaardigd onderdeel moet minimaal 60% van de geprinte massa bedragen, exclusief ondersteunende structuren, om de structurele integriteit te waarborgen.
| Toepassing 3D Printen in F1 (2026) | Materialen | Voordelen |
|---|---|---|
| Chassiscomponenten | Scalmalloy, HRL 7A77 (aluminium-magnesiumlegeringen) | Lichtgewicht, hoge sterkte, complexe geometrieën |
| Motoronderdelen | Diverse metaalpoeders | Lichter, sterker, aanpasbaar aan extreme omstandigheden |
| Uitlaatconstructies | Hittebestendige metaalpoeders | Precisie, weerstand tegen hoge temperaturen |
| Windtunnelmodellen | Kunststoffen, composieten | Snelle iteratie van ontwerpen, kostenefficiëntie |
Hergebruik en levensduur van F1 componenten
Het kostenplafond in de Formule 1 dwingt teams tot een efficiënter beheer van onderdelen, waarbij reparatie en hergebruik steeds belangrijker worden. Dit vermindert de noodzaak voor constante productie van nieuwe componenten.
De reparatie van koolstofvezelonderdelen, zoals vloeren, is een direct voorbeeld van hergebruik dat de levensduur van dure componenten verlengt. Deze praktijk was voor kleinere teams altijd al een realiteit en wordt nu ook door grotere teams omarmd.
Vanaf 2025 zullen teams verplicht zijn om meer gerecyclede materialen te gebruiken bij de constructie van hun auto’s. Dit is een belangrijke stap in de richting van een circulaire economie binnen de sport.
De algemene duurzaamheidsstrategie van de Formule 1, gericht op Net Zero Carbon in 2030, omvat een bredere focus op de levenscyclus van materialen. Dit stimuleert innovatie in recycling en de ontwikkeling van nieuwe, duurzamere composieten.
Duurzaamheid en afvalbeheer in de paddock
De Formule 1 heeft zich gecommitteerd aan het bereiken van netto nul CO₂-uitstoot tegen 2030, een doel dat alle aspecten van de sport beïnvloedt. Een van de meest ingrijpende veranderingen voor 2026 is de introductie van 100% duurzame brandstoffen.
Deze geavanceerde duurzame brandstoffen worden geproduceerd uit afvalproducten, biomassa of synthetische componenten met hernieuwbare energie, zonder gebruik van ruwe olie. Ze zijn ontworpen als ‘drop-in’ brandstoffen, wat betekent dat ze ook in de meeste wegauto’s kunnen worden gebruikt.
De nieuwe krachtbronnen van 2026 zullen een aanzienlijk verhoogd elektrisch vermogen hebben, van 120 kW naar 350 kW. Dit resulteert in een 50-50 verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische energie, wat het brandstofverbruik per Grand Prix vermindert tot ongeveer 70 kilogram.
Logistieke operaties worden ook duurzamer, met DHL die biobrandstofvrachtwagens inzet die de CO₂-uitstoot met gemiddeld 83% verminderen tijdens het Europese seizoen. De racekalender wordt geoptimaliseerd om de transportafstanden te minimaliseren.
Op de circuits wordt steeds meer gebruik gemaakt van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonnepanelen op het Albert Park Circuit in Australië en het Bahrain International Circuit. Het Canadese Grand Prix-circuit gebruikt hydro-elektriciteit voor alle permanente gebouwen en de Fan Zone.
Afvalbeheer in de paddock omvat initiatieven zoals het inzamelen en doneren van voedseloverschotten, zoals door OzHarvest bij de Australische Grand Prix. Bloemen van hospitality-suites worden gedoneerd aan ziekenhuizen en zorginstellingen.
Composteerbare verpakkingen en sorteerstations met vrijwilligers, zoals bij de Canadese Grand Prix, dragen bij aan een hogere recyclinggraad. Waterbeheer wordt verbeterd met regenwaterterugwinning en filtersystemen voor bandenslijtage en andere verontreinigingen, getest op Circuit Zandvoort.
De reglementaire koers naar een groenere Formule 1
De FIA heeft voor 2026 een reeks nieuwe reglementen geïntroduceerd die de Formule 1 verder op weg helpen naar duurzaamheid en innovatie. Deze omvatten belangrijke wijzigingen aan de krachtbronnen, aerodynamica en het chassis.
De motoren zullen een 50% elektrische en 50% thermische vermogensverdeling kennen, met een verbrandingsmotor van 400 kW en een elektrisch vermogen van 350 kW. De MGU-H verdwijnt, wat de complexiteit vermindert en de relevantie voor wegauto’s vergroot.
De auto’s worden kleiner, lichter en wendbaarder, met een kortere wielbasis en smallere banden. De aerodynamica verandert drastisch, met actieve aerodynamica die DRS vervangt en verstelbare voor- en achtervleugels mogelijk maakt.
Veiligheidsverbeteringen omvatten verstevigde rolbeugels en een twee-fasen impactstructuur aan de voorkant van de auto. De MGU-K, batterij en controle-elektronica worden veiliger in het chassis geplaatst.
De FIA stelt ook strengere limieten vast voor het aantal motoronderdelen dat per seizoen mag worden gebruikt. Vanaf 2026 zijn er nog maar drie verbrandingsmotoren en turbo’s toegestaan, twee MGU-K’s en drie uitlaatsystemen, wat teams dwingt tot nog grotere betrouwbaarheid en efficiëntie.


