Vanaf het Formule 1-seizoen 2026 zullen alle racewagens worden aangedreven door 100 procent duurzame brandstoffen. Deze ingrijpende verandering is een belangrijk onderdeel van de ambitie van de sport om tegen 2030 netto nul CO2-uitstoot te bereiken.
De nieuwe brandstoffen, ook wel e-fuels genoemd, worden geproduceerd uit geavanceerde duurzame bronnen. Hierbij valt te denken aan koolstofafvang uit de lucht, gemeentelijk afval en niet-voedsel biomassa.
De Formule 1 stapt over op 100 procent duurzame brandstof
De Formule 1 introduceert in 2026 geavanceerde duurzame brandstoffen als onderdeel van de grootste technische hervorming in meer dan tien jaar. Deze brandstoffen zijn chemisch identiek aan conventionele brandstoffen, maar worden volledig gemaakt uit hernieuwbare bronnen.
Niets in de nieuwe brandstof is afkomstig van ruwe aardolie, wat een fundamentele verschuiving markeert. De FIA heeft het gebruik van duurzame brandstoffen afgeleid van ‘Advanced Sustainable Components’ (ASC’s) verplicht gesteld.
Deze componenten moeten afkomstig zijn van niet-voedsel biomassa, hernieuwbare grondstoffen van niet-biologische oorsprong of gemeentelijk afval. Ze moeten voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen en broeikasgasemissiedrempels.
Het productieproces omvat het afvangen van CO2, het creëren van groene waterstof via elektrolyse met hernieuwbare energie, en het samenvoegen van deze bouwstenen. Dit resulteert in synthetische koolwaterstoffen die geen extra CO2 uitstoten bij verbranding.
Strenge reglementen voor synthetische brandstoffen
De FIA heeft gedetailleerde reglementen opgesteld om de duurzaamheid en prestaties van de nieuwe brandstoffen te waarborgen. Er is een strikte controle op de herkomst en samenstelling van de brandstoffen.
Een uitzondering van maximaal 1 procent is toegestaan voor niet-ASC-componenten, zoals additieven voor brandstofstabiliteit, motoronderhoud en veiligheid. Deze additieven kunnen nog niet duurzaam worden geproduceerd.
De homologatie van deze nieuwe brandstoffen is een complex en tijdrovend proces. Elk molecuul en additief moet worden gecontroleerd op duurzaamheid, wat de FIA ertoe heeft aangezet om een uitzondering te maken voor wintertests tot begin 2027.
Tijdens deze testdagen mogen teams brandstof gebruiken die nog niet volledig is gehomologeerd. Dit biedt brandstofleveranciers meer tijd om aan de strenge eisen te voldoen en voldoende hoeveelheden te produceren.
Oliegiganten en hun rol in de brandstofrevolutie
Grote energiebedrijven spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling en levering van de duurzame Formule 1-brandstoffen. Zij werken nauw samen met de teams en de FIA om de nieuwe reglementen te implementeren.
Shell, een langdurige partner van Ferrari, viert in 2025 hun 75-jarige samenwerking. Het bedrijf richt zich op de levering van geavanceerde, duurzame Shell V-Power racebrandstof, exclusief voor Scuderia Ferrari HP.
Aramco is sinds 2022 een strategische partner van het Aston Martin Racing team en een wereldwijde sponsor van de Formule 1. Zij werken samen met de sport en Aston Martin om tegen 2026 100 procent duurzame brandstof te realiseren.
Aramco levert de FIA-conforme 100 procent duurzame brandstof aan het Aston Martin Aramco Formule 1 Team voor het seizoen 2026. Het bedrijf heeft al eerder 100 procent duurzame brandstof geleverd aan alle Formule 2 en Formule 3 auto’s.
Andere belangrijke brandstofleveranciers voor 2026 zijn Petronas voor Mercedes, Williams, McLaren en Alpine. Exxon Mobil levert aan Red Bull en Racing Bulls, terwijl Castrol/bp de brandstofpartner is van Audi.
| Team | Motorleverancier 2026 | Brandstofleverancier 2026 |
|---|---|---|
| Mercedes | Mercedes | Petronas |
| Williams | Mercedes | Petronas |
| McLaren | Mercedes | Petronas |
| Alpine | Mercedes | Petronas |
| Ferrari | Ferrari | Shell |
| Haas | Ferrari | Shell |
| Cadillac | Ferrari | Shell |
| Red Bull | Red Bull Ford Powertrains | Exxon Mobil |
| Racing Bulls | Red Bull Ford Powertrains | Exxon Mobil |
| Aston Martin | Honda | Aramco |
| Audi | Audi | Castrol (bp) |
Prestatie-impact op de verbrandingsmotor
De overstap naar duurzame brandstoffen in 2026 brengt nieuwe uitdagingen en kansen met zich mee voor de prestaties van de verbrandingsmotor. De energiedichtheid van fossiele brandstoffen is uitzonderlijk hoog, wat een grote uitdaging vormt voor duurzame alternatieven.
Verwacht wordt dat de duurzame brandstoffen in eerste instantie een prestatieniveau zullen leveren dat zeer dicht bij dat van fossiele brandstoffen ligt. Dit niveau zal zich naar verwachting snel ontwikkelen in de komende jaren.
De brandstofkwaliteit zal een doorslaggevende prestatiefactor zijn, waarbij efficiënte brandstofmengsels de startbrandstoflading van de auto kunnen verminderen. Minder gewicht betekent potentieel meer snelheid op het circuit.
De nieuwe krachtbronnen voor 2026 zullen een bijna 50/50 verdeling hebben tussen de verbrandingsmotor en elektrische energie. De output van de elektrische motor (MGU-K) is verdrievoudigd van 120 kW naar 350 kW.
Dit betekent dat de prestaties niet langer voornamelijk worden bepaald door de brandstofstroom, maar door de synergie tussen de batterij en de verbrandingsmotor. Energiebeheer wordt een sleutelfactor tijdens de races.
Uitdagingen en toekomstperspectieven
De ontwikkeling van deze hightech-brandstoffen is een ingewikkeld en kostbaar proces. De kosten per liter worden geschat op wel 250 euro, wat de technologische verfijning van deze brandstoffen benadrukt.
De beschikbaarheid van componenten voor de gespecialiseerde moleculaire mengsels blijft een uitdaging. Veel bestanddelen moeten door chemici zelf worden geproduceerd.
De Formule 1 fungeert als een testlaboratorium voor automobieltechnologie. Innovaties die onder de extreme omstandigheden van het racen worden ontwikkeld, kunnen invloed hebben op technologieën buiten de autosport.
Duurzame brandstoffen zijn bijzonder relevant omdat miljoenen voertuigen met verbrandingsmotoren nog vele jaren op de weg zullen blijven. Als koolstofarme brandstoffen efficiënt en op grote schaal kunnen worden geproduceerd, kunnen ze de elektrificatie ondersteunen waar het vervangen van bestaande voertuigen moeilijk is.