Williams-teambaas James Vowles uit felle kritiek op het budgetplafond in de Formule 1. Volgens de Brit is het huidige systeem allesbehalve logisch en werkt het in het nadeel van kleinere teams.
Vowles stelt dat de topteams, zoals Red Bull Racing, Mercedes, Ferrari en McLaren, een enorme voorsprong hebben. Deze teams investeerden vóór de invoering van het plafond al massaal in fabrieken, windtunnels en simulatoren.
Hierdoor beginnen zij elk seizoen met een significant voordeel ten opzichte van de kleinere teams. Williams, waar Vowles teambaas is, behoort tot die laatste categorie.
De voormalig topman van Mercedes merkt nu pas hoe beperkt de kansen zijn voor kleinere teams om succesvol te worden. Het budgetplafond werd juist ingevoerd om het gat te verkleinen.
Volgens Vowles is dit project echter compleet mislukt. Voor de invoering van de ‘cost cap’ verzamelden de vier topteams ongeveer 70 procent van de punten.
Na de invoering is dit percentage gestegen naar 83 procent. Teams buiten de top vier scoren bovendien nog maar 5 procent van de podiumplaatsen, tegenover 10 procent voorheen.
Vowles noemt het huidige systeem een “gevangenis” voor de kleinere teams. Zij kunnen het niveau van een Red Bull Racing nooit evenaren.
Dit komt doordat zij zowel moeten investeren in het verbeteren van de fabriek als in de ontwikkeling van de auto. Beide uitgaven komen uit hetzelfde totale budget.
Hierdoor zal bijvoorbeeld Max Verstappen eigenlijk altijd een auto hebben die beter presteert dan die van coureurs als Alex Albon en Carlos Sainz.
“Om te beginnen neem ik de verantwoordelijkheid op me voor de fouten die deze winter zijn gemaakt, die we achter ons moeten laten,” zei Vowles in Maleisië.
“We liggen achter op waar we vroeger stonden en we hadden een te zware auto. Maar toen we tijdens de pandemie het budgetplafond overeenkwamen, waren er drie fundamentele doelstellingen.”
“De eerste was financiële stabiliteit op de lange termijn: een doelstelling die niet alleen is bereikt, maar zelfs is overtroffen. Tegenwoordig zijn teams echte bedrijven die aantrekkelijk zijn voor investeerders.”
“Wat ze vóór 2021 helemaal niet waren. De andere twee doelstellingen waren echter sportieve gelijkheid en het dichter bij elkaar brengen van het deelnemersveld.”
“Op deze twee punten heeft het budgetplafond gefaald: de situatie is verslechterd in plaats van verbeterd,” benadrukte de Williams-teambaas, wijzend op de statistieken.
“Doordat ik van het beste team naar een van de meest uitgedaagde teams ben gegaan, bevind ik me waarschijnlijk in een unieke positie,” vervolgde Vowles.
“Wat mensen van buitenaf niet zien, is hoe weinig er in bepaalde situaties te besteden valt. Onder het budgetplafond geeft Williams zijn geld niet alleen uit aan de auto.”
“Ik moet miljoenen, tientallen miljoenen dollars uitgeven, alleen al om de fabriek uit te rusten met basis-IT-systemen, zelfs alleen maar om de locatie van een onderdeel te kunnen volgen.”
“Middelen die ten koste gaan van de ontwikkeling op het circuit,” legde de Brit uit. Hij waarschuwt dat het F1-kampioenschap steeds meer in twee lagen zal raken verdeeld.
De top vier teams zullen onderling strijden, terwijl de rest van het veld genoegen moet nemen met de overgebleven kruimels. Dit merkte Vowles vorig jaar al duidelijk.
Williams kende toen een uitstekend seizoen, maar eindigde nog altijd mijlenver achter de top vier teams in het klassement. De kloof blijft enorm.
“We zitten gevangen: als ik op korte termijn investeer in de huidige auto, vertraag ik het proces van toekomstige groei.”
“Het puntenklassement laat duidelijk zien dat er sprake is van een kampioenschap met twee niveaus. Vorig jaar bedroeg onze achterstand op de vierde plaats in het klassement, ondanks een sterk seizoen met drie podiumplaatsen, 261 punten.”
“De financiële regelgeving straft degenen die terrein moeten goedmaken op het gebied van middelen en organisatie zwaar af,” concludeerde de Williams-teambaas.


