Max Verstappen speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een Formule 1-auto, waarbij data onmisbaar is. Teams verzamelen enorme hoeveelheden informatie om tijdswinst te behalen.
Toch draait het volgens de Nederlander niet alleen om cijfers en analyses. Het gevoel van de coureur blijft van groot belang, omdat hij moet aangeven wat er beter kan aan de auto.
Verstappen benadrukt dat Formule 1-teams voortdurend bezig zijn met het analyseren van gegevens. “Data is ontzettend belangrijk in de Formule 1, omdat er zoveel sensoren op de auto zitten”, legt de Nederlander uit in een interview met Rokt.
Het team houdt daardoor voortdurend in de gaten wat er met de auto gebeurt, zelfs wanneer de coureur zelf niet naar bepaalde gegevens kijkt.
Deze informatie kan helpen om problemen te ontdekken en de prestaties van de auto verder te verbeteren, zo stelt Verstappen.
De grote hoeveelheid beschikbare data betekent echter niet dat de coureur zelf naar de achtergrond verdwijnt. De Red Bull Racing-coureur moet duidelijk kunnen aangeven wat hij van de auto verlangt.
Hij geeft aan waar eventuele verbeteringen nodig zijn. “Ik geef natuurlijk ook aan wat ik nodig heb van de auto, bijvoorbeeld als ik meer grip aan de voorkant wil of iets aan de achterkant veranderd wil zien”, vertelt hij.
Verstappen ziet de ontwikkeling van een Formule 1-auto als een combinatie van technische analyses en de input van de coureur. Data geeft inzicht in wat er met de auto gebeurt.
De rijder moet echter ook kunnen beoordelen waar de meeste prestatiewinst te behalen valt. “Ik denk dat de coureur nog steeds de belangrijkste rol speelt bij het bepalen waar de meeste prestaties vandaan kunnen komen”, stelt Verstappen.
Beide aspecten gaan hand in hand en het is essentieel dat een coureur goed kan uitleggen wat hij nodig heeft om het maximale uit de auto te halen.
Bij de ontwikkeling van nieuwe onderdelen speelt bovendien mee dat een coureur zich moet kunnen aanpassen aan veranderingen. Teams zoeken voortdurend naar manieren om de aerodynamica te verbeteren en de auto sneller te maken.
Dit kan betekenen dat een bolide anders gaat reageren dan voorheen, waardoor ook de rijstijl van de coureur moet worden aangepast.
Ik zou altijd zeggen dat ze moeten ontwerpen wat het snelst is en dat ik me normaal gesproken wel aanpas aan wat het snelst is.
Deze benadering geldt volgens hem ook wanneer een team aerodynamische updates introduceert. De coureur verwacht niet dat ieder nieuw onderdeel volledig wordt afgestemd op zijn bestaande rijstijl.
Zolang de aanpassingen de prestaties van de auto ten goede komen, is dat geen probleem. “Je moet ontwerpen wat het beste en het snelste is, en ik pas me daaraan aan”, besluit de Nederlander.
De ontwikkeling van een Formule 1-auto vraagt om voortdurende aanpassingen, waarbij zowel de technische mogelijkheden als de kwaliteiten van de coureur een rol spelen.
Verstappen laat daarmee zien dat het niet alleen draait om de cijfers die engineers verzamelen, maar ook om de manier waarop een coureur die informatie vertaalt naar de baan.
De samenwerking tussen de rijder en het team blijft essentieel om verbeteringen daadwerkelijk om te zetten in rondetijd. Daarbij is het belangrijk open te staan voor veranderingen die de auto sneller kunnen maken.


