Kimi Antonelli staat op het punt wereldkampioen te worden, maar de discussie over zijn ware aard als coureur en mens is al losgebarsten. Een F1-watcher met dertig jaar ervaring in de Formule 1 vergelijkt de jonge Italiaan met illustere voorgangers.
“Een schofterige stuurslag zoals die van Schumi moet je van hem niet verwachten,” stelt de watcher. De tijden zijn drastisch veranderd, zo blijkt uit een anekdote over Jackie Stewart en Graham Hill die in 1973 aan de toog stonden in Zolder.
Vandaag de dag is persoonlijk contact tussen journalisten en coureurs buiten persmomenten zeldzaam. Dit maakt het lastiger om de mens achter de helm te doorgronden, maar niet onmogelijk, zo wordt benadrukt.
Door aandachtig te luisteren naar persbabbels en lichaamstaal te scannen, vormt de watcher zich een beeld. Zoals vorige week in Austin, toen Antonelli in de paddock bij Italiaanse vrienden zat en over alledaagse dingen sprak.
Op dat moment leek de jonge Antonelli het verst verwijderd van de wereldster die hij de facto is. Het bevestigt de indruk dat hij, ondanks triomf en glorie, zichzelf is gebleven sinds zijn debuut in Melbourne in maart 2025.
Niets garandeert dat dit zo blijft, want mensen en F1-coureurs veranderen, vooral wanneer succes en miljoenen met tsunami-geweld binnenstromen. Lewis Hamilton, in zijn debuutseizoen 2007, was ook zo.
In Barcelona sprak Hamilton spontaan over racen en voetballen op de PlayStation met zijn broer, met een glimlach: “Ik kan hem zelden kloppen.” Zelfs anderhalf jaar later, al wereldkampioen, was hij nog die spontane, jonge vent.
Tijdens een interview thuis bij McLaren zei hij: “Het leukste aan veel geld verdienen is dat ik mijn moeder nu de stad in kan nemen, en zeggen: koop nu maar eens waar je zin in hebt.” Hij lichtte er helemaal van op.
Lewis Hamilton anno 2026 is echter een wereldster die zich profileert in de modewereld en een vaste prik is in de jetset. Hij is niet meer aanspreekbaar als je hem toevallig kruist in de paddock.
Lando Norris, wereldkampioen 2025, is een uitzondering. In een één-op-één interview trekt hij geen muur op en praat hij zelfs over zijn gevoelens en twijfels, zo merkte de watcher vorig jaar in Francorchamps.
Het vloeit er zo spontaan uit dat het alleen maar oprecht kan zijn. Met Jacques Villeneuve, wereldkampioen 1997, kon je ook over alles praten, maar altijd met het ongemakkelijke gevoel dat hij maar wat uit zijn nek sloeg.
Op de vraag wat hij na zijn wereldtitel zou doen, antwoordde Villeneuve eens: “Naar de maan vliegen, dat is mijn volgende project.” Het bekte goed in de krant, maar was niet altijd even serieus.
Michael Schumacher, meervoudig wereldkampioen, zat anders in elkaar. Zijn interviews waren altijd interessant en hoffelijk, soms zelfs op het randje van familiair. Maar hij kon snel een knop omdraaien.
Tijdens een persdiner van Ferrari eind jaren negentig zat de watcher toevallig naast ‘Schumi’. Het leek alsof ze nummers zouden uitwisselen. De volgende dag kruiste hij Schumacher onder de tribune, maar kreeg geen reactie op zijn ‘hi’.
Dit toonde een arrogantie die de jonge Michael Schumacher al had toen hij halverwege de jaren negentig in F1 belandde. Slechts één keer in vijftien jaar maakte hij een uitzondering, in Barcelona 2002.
De watcher hoorde iemand het toilet binnenkomen, en Schumacher, twee plaspotten verder, zei: “Alles goed?” Samen plassen schept blijkbaar een band tussen jongens, zo wordt opgemerkt.
Op basis van wat de watcher van Kimi Antonelli heeft gezien, durft hij te vermoeden dat de Italiaan die onverschillige afstandelijkheid in de paddock nooit de zijne zal maken. Hij zal aanspreekbaar blijven en altijd goeiedag zeggen.
Een persoonlijke band met een coureur hangt af van de persoonlijkheid, maar soms ook van iets spontaans of toeval. Zoals met Mika Häkkinen, wereldkampioen 1998 en 1999.
Sinds hun eerste interview in 1998 gaf Häkkinen de watcher spontaan een hand bij elke kruising, en soms was er zelfs tijd om bij te praten. Häkkinen wordt omschreven als een van de fijnste mensen in F1.
Met Jenson Button, wereldkampioen 2009, was het een toevallige ontmoeting op 27 augustus 2000 na de Belgische Grand Prix. Button, toen een nieuw kindsterretje, kreeg een lift en filosofeerde over zijn vriendinnetje.
In de jaren erna volgde op het eerste oogcontact altijd een glimlachje dat zei: ‘Jaja, ik weet het nog.’ Sindsdien waren de gesprekken met Jenson Button altijd spontaan en menselijk.
De mens achter de atleet heeft vaak een schizofrene dimensie, want coureurs veranderen zodra de handen het stuur klemmen. Vader Marco Antonelli omschreef zijn zoon als coureur eens als “een roofdier” dat “op de piste geen vrienden” heeft.
Dat kan best, maar in elk rechtstreeks duel waarin Kimi dit jaar betrokken was, is niets te vinden dat over de schreef gaat. Hij stopt een opdringende achtervolger nooit op onaanvaardbare wijze af.
“Een schofterige stuurslag zoals die van Schumacher in Adelaide 1994 of Jerez 1997, of Ayrton Senna die Alain Prost opzettelijk ramde in Suzuka 1990, of zelfs Max Verstappen in Barcelona 2025: Kimi Antonelli heeft dat niet in zich.”
Ook die latente colère van Fernando Alonso, wereldkampioen 2005 en 2006, makkelijk te triggeren door een gevoel van verongelijktheid, heeft Antonelli niet. De watcher herinnert zich een zaterdag in Francorchamps 2006.
Alonso brieste toen hij naar de tafel staarde: “Dat maakt me boos. Omdat ik de beste auto niet heb. Omdat ik wereldkampioen ben maar dat blijkbaar niet volstaat om te overtuigen. Ik ben fantastisch bezig, maar dat wil niemand zien. Daar word ik dus pissig van. Zeer pissig.”
En het recordertje maakte een sprong door de vuist die hij op tafel zette. Maar hoe zit het met Antonelli als coureur, puur technisch? Veel waarnemers verwijzen naar de Mercedes W17, die de Italiaan in de eerste helft van het seizoen had.
Sinds Mercedes in Maleisië een serieuze update op de auto zette, begon het ding veel vaker te nukken. Het is razend interessant dat Antonelli zich amper twee races later helemaal aan die ‘nieuwe en moeilijke’ Mercedes had aangepast.
Vorige week won hij in Austin zelfs dominanter dan ooit, des te indrukwekkender omdat hij de eerste wedstrijdhelft met verkeerd gekozen banden reed. Zijn ingenieur begreep niet hoe hij die race had kunnen winnen.
Ondertussen komt de meer ervaren George Russell, aan de andere kant van de garage, er niet meer aan te pas. Russell’s wegzakken doet denken aan Sebastian Vettel, snel met een ongenaakbare auto, maar grillig met minder materieel.
Wat Antonelli liet zien in Austin, bevestigde twee cruciale kwaliteiten. Eén: een zeer groot aanpassingsvermogen, zoals Michael Schumacher dat had. De Duitser was snel met ieder type F1-machine.
In Barcelona 1994 werd Schumacher ooit tweede met zijn versnellingsbak vast in de vijfde versnelling. Zijn ingenieur begreep niet hoe hij dat flikte – een verhaal dat bekend klinkt in de context van Antonelli.
Dit aanpassingsvermogen heeft zelfs Hamilton niet, die van 2022 tot en met 2025 sukkelde omdat hij de generatie auto’s met grondeffect nooit onder de knie kreeg. De tweede kwaliteit van Antonelli is zijn vermogen om foutloos te racen.
Rijden en winnen met een auto die van aard is veranderd en niet beter is geworden, vereist dit zeldzame vermogen. Maanden geleden werd voorspeld dat zijn eerste grote stuurfout zou komen, maar die kwam dus niet.
Daarin doet Antonelli denken aan Max Verstappen, die ook de kunst beheerst om te maximaliseren met het alaam dat je hebt. Alleen bereikte Verstappen dat niveau van foutloosheid pas na vijf à zes jaar, terwijl Antonelli bezig is aan seizoen twee.
Om het talent van een coureur millimeterprecies in te schatten, volstaat het oog van de journalist niet. Ex-coureurs bieden meer inzicht. David Coulthard: “Wat ik in Austin van Antonelli zag, is waanzin.”
Nico Rosberg, wereldkampioen 2016, voegt toe: “Alle groten komen uit karting. Senna, Hamilton of Verstappen, allemaal. Wel, Kimi is een van de drie beste karters ooit in de geschiedenis.” Rosberg liet in het midden wie hij uit zijn lijstje schrapt voor Antonelli.


