Fernando Alonso vindt dat teams die achteraan rijden en constant schade oplopen, niet moeten klagen over het kostenplafond. De Aston Martin-coureur stelt dat een groot deel van die schade eenvoudig te voorkomen is.
Aanleiding voor zijn uitspraken was de openingsronde van de Grand Prix van de Verenigde Staten in Austin. Daar raakte Alexander Albon hem, wat volgens Aston Martin-teambaas Mike Krack veel downforce kostte.
Alonso was ervan overtuigd dat zijn auto snel genoeg was om voor punten te vechten. In de persruimte op het Circuit of the Americas haalde hij daarom fel uit naar het niveau onderaan de grid.
Tijdens de mediadag in Mexico-Stad, waar dit weekend wordt geracet, kreeg de tweevoudig wereldkampioen de kans om zijn woorden terug te nemen. Dat deed hij echter niet, want Alonso staat nog volledig achter zijn eerdere kritiek.
“Als je achteraan start, is er altijd een risico. Ik denk dat de kwaliteit van de coureurs in het onderste derde deel van de startgrid erg laag is, zoals we vandaag met Alex hebben gezien. Dus ik denk dat we de auto moeten verbeteren en iets hoger moeten starten.”
In Mexico ging hij dieper in op de vraag welke coureurs hij precies bedoelde met zijn opmerkingen. Hij weigerde specifieke namen te noemen, maar liet weinig aan de verbeelding over.
“Ik weet niet of het om een derde van de coureurs gaat, want ik zag berichten waarin werd geprobeerd acht of zeven coureurs aan te wijzen. Ik kan het exacte aantal niet noemen, maar ik denk dat we allemaal wel weten over wie we het hebben en wie zich door die opmerking geraakt voelde.”
De Spanjaard benadrukte dat dit alleszeggend is en dat hij nog steeds hetzelfde denkt over de situatie. Hij noemde de actie van Albon een onnodige fout.
“Dat was een onnodige fout en ik vind het nog steeds moeilijk te begrijpen welke kans Alex op dat moment zag,” aldus Alonso. Hij voegde eraan toe dat het probleem verder reikt dan alleen de race in Austin.
“Maar het gaat niet alleen om Austin. Helaas heb ik het hele seizoen in dat deel van de race gereden, dus ik zie dingen vanuit de auto die ik je niet kan vertellen.”
Op de vraag van de media of het rijniveau in de Formule 1 achteruitgaat, was Alonso genuanceerder. Hij gelooft niet dat de kwaliteit van de coureurs door de jaren heen is afgenomen.
“Nee, ik denk dat het door de jaren heen hetzelfde is gebleven,” zei Alonso. Hij legde uit dat auto’s achteraan de startgrid moeilijker te besturen zijn.
Deze auto’s hebben minder grip, waardoor coureurs vaker fouten maken omdat ze de omgeving niet volledig onder controle hebben. De auto werkt niet prettig, wat leidt tot meer onnodige incidenten.
“Maar ik vind dat al die incidenten in de eerste ronde, al die aanrakingen, al die rondvliegende voorvleugels, al dat soort dingen niet nodig zijn. Zeker niet als je achteraan op de grid nergens meer voor vecht.”
Volgens de Aston Martin-coureur draagt het kostenplafond ook bij aan dit probleem. Hij sneerde naar teams die klagen over het budget, maar tegelijkertijd veel schade rijden.
“Het kostenplafond draagt ook bij aan dit probleem, maar als hun teams tevreden zijn met het kostenplafond en bij elke race dingen kapotmaken, dan is dat voor hen prima,” aldus Alonso.
Dit was een duidelijke sneer richting Williams-teambaas James Vowles, die al langer pleit voor een herziening van het kostenplafond. Minder schade zou zijn team volgens Alonso evengoed helpen.
In de stewards, die niet altijd consequent oordelen, ziet Alonso geen oplossing voor het probleem. De verantwoordelijkheid ligt in zijn ogen volledig bij de teams en de coureurs zelf.
“Nee, ik denk dat het niet de taak van de stewards is, tenzij er duidelijk sprake is van een onveilige situatie. Het hoort dus niet bij hun takenpakket. Het hangt gewoon af van de ambities van die coureurs, wat ze voor de toekomst willen bereiken.”
Alonso sloot af met een scherpe opmerking over de motivatie van de coureurs. “Of ze nu langer in de Formule 1 willen blijven, de kans willen grijpen om bij een groter team terecht te komen, of het niet erg vinden om te crashen.”


