Lando Norris heeft zijn inhaalpoging op teamgenoot Oscar Piastri tijdens de sprintrace verdedigd. De twee McLaren-coureurs kwamen in de slotronde met elkaar in aanraking, wat leidde tot een dramatisch einde voor het team.
Norris probeerde zijn teamgenoot te passeren voor de vierde plaats, maar het duel liep verkeerd af. Beide coureurs spinden van de baan, waarna Piastri uitviel en Norris genoegen moest nemen met de achtste positie.
Na afloop legde de Brit uit waarom hij de aanval toch inzette. Norris zag tijdens de sprintrace kansen om verder naar voren te komen, maar kwam lange tijd niet voorbij zijn directe concurrenten op de baan.
Volgens de McLaren-coureur was het tempo van de auto goed, al kon hij dat niet omzetten in een betere positie. In de laatste ronde zag hij alsnog een mogelijkheid om de vijfde plaats te veroveren.
Hij besloot ervoor te gaan, maar de ruimte verdween sneller dan hij had gehoopt. Norris verklaarde na afloop tegenover F1TV dat hij eerder voldoende ruimte zag om de aanval te plaatsen.
“Ik denk dat het tempo erg sterk was. We zaten natuurlijk de hele race vast. In de laatste ronde was er een grote kans om de vijfde plaats te pakken, dus ging ik ervoor.”
De Brit merkte echter dat het gat tijdens de inhaalpoging kleiner werd. Daardoor moest hij proberen de situatie te ontwijken, maar dat kon niet voorkomen dat de twee McLaren-coureurs elkaar raakten.
Norris benadrukte dat hij de aanval inzette omdat hij een kans zag om een positie te winnen. Hij gaf daarmee aan dat hij de situatie anders had ingeschat dan deze uitpakte.
Toch bleef hij erbij dat de inhaalpoging op dat moment gerechtvaardigd was. “Het gat werd iets kleiner dan ik had gewild en uiteraard moest ik mijn aanval afbreken,” aldus de McLaren-coureur.
“Omdat de ruimte kleiner werd, moest ik proberen het incident te vermijden, maar uiteindelijk gebeurde het toch,” voegde hij eraan toe over de mislukte manoeuvre in de slotronde.
Het incident had grote gevolgen voor beide McLaren-coureurs. Piastri spinde na het contact en kon zijn sprintrace niet voortzetten, terwijl Norris de finish uiteindelijk als achtste bereikte.
Daarmee liep McLaren een kans mis om met beide auto’s een sterk resultaat neer te zetten. De aanval vond plaats in de slotronde, toen de coureurs nog vochten om de vierde en vijfde plaats.
De mislukte manoeuvre kostte het team daardoor meerdere posities en een puntenfinish voor Piastri. Norris wilde na afloop nog geen definitief oordeel vellen over het incident.
Volgens hem moet McLaren de beelden en de situatie eerst gezamenlijk analyseren. Hij verdedigt zijn keuze om aan te vallen, maar de precieze toedracht moet nog binnen het team besproken worden.
“Het was een groot gat, dus ik ging ervoor. Ik heb het recht om dat te doen. De rest gaan we als team bekijken.”
Voor McLaren wordt de analyse van het incident belangrijk met het oog op het vervolg van het raceweekend. De botsing tussen de teamgenoten heeft niet alleen gevolgen gehad voor het resultaat.
Het roept ook vragen op over de manier waarop zij onderling de strijd aangaan. McLaren zal de beelden moeten bestuderen om vast te stellen hoe het contact kon ontstaan en hoe ze nu verder gaan.


