Koji Watanabe, president van Honda Racing Corporation (HRC), heeft in een recent interview onthuld waarom de krachtbron van het Japanse automerk voor 2026 zo tegenvalt. Hij wijst naar een reeks factoren die hebben geleid tot de huidige problemen.
Na een jarenlange en zeer succesvolle samenwerking met Red Bull Racing, namen beide partijen officieel afscheid van elkaar na het seizoen 2025. Het einde van deze samenwerking was echter al veel langer bekend.
Red Bull begon namelijk al in 2021 met het opzetten van een eigen motorafdeling, gericht op de ontwikkeling van hun krachtbron voor het huidige seizoen. Honda leek daarmee de koningsklasse te gaan verlaten.
Dit veranderde toen Aston Martin aanklopte. Lawrence Stroll wilde met zijn team een nieuwe koers varen en koos daarom voor de krachtbron van de Japanners voor het reglement van 2026.
Hoewel Honda nog wel een operationele fabriek had voor F1-krachtbronnen, waren er al veel medewerkers vertrokken naar andere teams. Dit gebeurde toen het motorproject voor Aston Martin in 2023 van start ging.
Het opnieuw opbouwen van het team kostte simpelweg te veel tijd, zo geeft Watanabe toe. Hij noemt dit de voornaamste oorzaak van de tegenvallende prestaties van de 2026-krachtbron.
“Onze beslissing om opnieuw deel te nemen aan de competitie kwam een jaar later dan bij andere teams. Het kostte tijd om ons ontwikkelingssysteem op te zetten, waardoor we in feite twee jaar hebben verspild.”
“Ik denk dat de belangrijkste reden was dat we laat met de ontwikkeling zijn begonnen,” begint Watanabe in gesprek met de Japanse tak van Motorsport.
“Door van HRC een raceontwikkelingsbedrijf te maken, hebben we ervoor gezorgd dat de vlam van de Formule 1 brandend blijft, zelfs op het niveau van fundamenteel onderzoek.”
“De F1-ontwikkeling is dus nooit helemaal stilgevallen. Toen we echter onze terugkeer in 2023 aankondigden, moesten we snel een ontwikkelingssysteem opzetten, en dat kostte wat tijd.”
“Onze beslissing om opnieuw deel te nemen aan de competitie werd een jaar later genomen dan bij andere teams. Het kostte tijd om ons ontwikkelingssysteem op te zetten, dus we hebben in feite twee jaar verspild.”
“Gedurende die tijd hebben we ons gericht op de ontwikkeling van de batterij en de motor, wat tijd kost. Ik denk dat we onze doelen op dat gebied hebben bereikt.”
“Maar dat betekende wel dat de ontwikkeling van de verbrandingsmotor vertraging opliep,” voegt de Honda-president eraan toe, waarmee hij de impact van de vertraging benadrukt.
“Als we vanaf het begin met een compleet systeem hadden kunnen beginnen, hadden we middelen kunnen toewijzen aan de elektrische componenten en de motor.”
“Maar aanvankelijk hadden we een personeelstekort, dus zijn we eerst begonnen met de ontwikkeling van de elektrische componenten en hebben we ons daarna gericht op de motorontwikkeling.”
“We probeerden de achterstand in te halen door de ontwikkeling te versnellen, maar liepen al snel tegen budgetbeperkingen en beperkingen op de bedrijfsuren aan. Uiteindelijk konden we de verloren tijd niet meer inhalen.”


