Tweevoudig wereldkampioen Emerson Fittipaldi constateert dat de Formule 1 de afgelopen decennia ingrijpend is veranderd. De Braziliaan, die in 1972 en 1974 de wereldtitel veroverde, is onder de indruk van de betrouwbaarheid van de huidige bolides.
Ook de enorme hoeveelheid informatie waarover teams beschikken, verbaast hem. Tegelijkertijd merkt Fittipaldi een opvallend verschil in de begeleiding van de nieuwe generatie coureurs.
Zelf had hij het absoluut niet geaccepteerd als zijn engineer hem tijdens het rijden voortdurend instructies had gegeven, zo stelt de voormalig McLaren-coureur.
Fittipaldi maakte een totaal ander tijdperk mee dan de huidige coureurs. Waar hij regelmatig te maken kreeg met mechanische problemen, kunnen teams tegenwoordig vrijwel ieder onderdeel van de auto nauwkeurig in de gaten houden.
Volgens de 79-jarige oud-coureur heeft de technologische ontwikkeling niet alleen de betrouwbaarheid van de auto’s enorm verbeterd, maar ook de manier waarop coureurs hun werk uitvoeren volledig veranderd.
De problemen die verschillende teams ondervonden tijdens de Grand Prix van Maleisië vormen volgens de Braziliaan een uitzondering. “Maleisië is een specifiek voorbeeld vanwege de grote invloed van het water”, legt Fittipaldi uit aan Betway.
“Het lijkt erop dat ze niet hadden verwacht dat er zoveel water zou binnendringen”, voegt hij toe. Ondanks dergelijke problemen ziet Fittipaldi vooral de enorme vooruitgang die de sport heeft geboekt.
“Over het algemeen zorgt de elektronica ervoor dat de auto’s betrouwbaarder zijn dan ooit”, benadrukt Fittipaldi. “In de jaren zeventig, tachtig en negentig vielen we veel vaker uit door mechanische problemen. De auto’s zijn tegenwoordig veel betrouwbaarder.”
De technologische ontwikkelingen maken volgens hem een groot verschil, vooral omdat engineers inmiddels vrijwel ieder aspect van een Formule 1-auto kunnen analyseren.
De hoeveelheid beschikbare informatie is volgens de tweevoudig wereldkampioen nauwelijks meer te vergelijken met zijn eigen tijd als coureur. Engineers kennen nu iedere centimeter van het circuit.
Ze weten precies wat de coureur doet, zien de stand van het stuur, het gaspedaal en hoeveel druk de coureur uitoefent op het rempedaal in iedere bocht. Ook de remdrukontwikkeling wordt nauwkeurig geanalyseerd.
Vooral de gedetailleerde analyses van het rijgedrag zouden vroeger ondenkbaar zijn geweest. Fittipaldi moet er dan ook om lachen wanneer hij terugdenkt aan de samenwerking met engineers destijds.
“Als iemand in mijn tijd naar me toe was gekomen en had gezegd dat hij mijn remcurve aan het einde van het rechte stuk wilde controleren, had ik hem uitgelachen!”, zegt de Braziliaan. “Tegenwoordig is alles zoveel nauwkeuriger geworden.”
Toch heeft de enorme hoeveelheid beschikbare informatie volgens Fittipaldi ook een opvallend gevolg. De voormalig wereldkampioen merkt dat de huidige generatie coureurs voortdurend aanwijzingen krijgt van het team.
Dit gebeurt zelfs wanneer ze midden in een snelle ronde zitten. “De coureurs hebben tegenwoordig eigenlijk een chip in hun hoofd”, stelt de Braziliaan, die dit van dichtbij ziet wanneer hij zijn zoon volgt.
Hij luistert dan via de boordradio mee naar de communicatie met diens engineer. “Ik volg mijn zoon in de Formule 2 en luister naar zijn boordradio”, vertelt Fittipaldi.
“Dan hoor ik hoe zijn engineer hem van bocht tot bocht instructies geeft over de rembalans.” Voor de tweevoudig wereldkampioen zou een dergelijke werkwijze bijzonder storend zijn geweest.
“In mijn tijd had ik tegen die engineer gezegd dat hij zijn mond moest houden! Ik kan niet rijden wanneer iemand voortdurend tegen me praat.”
Fittipaldi is blij dat hij nu niet racet, maar beseft dat de huidige generatie coureurs daar heel anders mee omgaat. Jonge talenten groeien op met uitgebreide data-analyses en constante communicatie.
Daardoor zijn ze volgens Fittipaldi veel beter in staat om tijdens het rijden grote hoeveelheden informatie te verwerken. “Maar deze nieuwe generatie groeit er al sinds het karten mee op”, legt hij uit.
“Hun hersenen zijn net kleine computers.” Die ontwikkeling heeft volgens Fittipaldi ook invloed op de onderlinge verschillen tussen de coureurs. Minder ervaren rijders komen sneller dichter bij de besten.
Toch gelooft de Braziliaan niet dat technologie het belang van uitzonderlijk talent heeft weggenomen. “Het is tegenwoordig veel makkelijker voor coureurs om op hetzelfde niveau te komen”, stelt Fittipaldi.
“Maar als iemand echt talent heeft, steekt hij nog steeds boven de rest uit.” Volgens de voormalig wereldkampioen blijft het daardoor mogelijk om de absolute topcoureurs te onderscheiden van de rest.
“Je kunt het natuurlijke talent nog steeds herkennen. Maar de verschillen zijn tegenwoordig wel veel kleiner en het veld is veel gelijkwaardiger”, benadrukt hij.
Dat is volgens Fittipaldi niet alleen te danken aan de ontwikkeling van de auto’s, maar vooral ook aan de enorme hoeveelheid mensen die achter de schermen aan de prestaties van de coureurs werken.
Als ambassadeur van McLaren krijgt Fittipaldi een goed beeld van de omvang van die werkzaamheden. “Ik weet dat ze ongeveer twintig engineers op het circuit hebben”, vertelt de Braziliaan.
“En nog eens 35 tot 40 engineers in de fabriek die voortdurend livegegevens ontvangen. Daarnaast zijn er simulatorcoureurs die ’s nachts op de fabriek blijven rijden.”
Volgens hem beperken dergelijke werkzaamheden zich allang niet meer tot de absolute topteams. “Alle teams doen dit tegenwoordig”, besluit Fittipaldi.


