Tweevoudig wereldkampioen Emerson Fittipaldi ziet opvallende overeenkomsten tussen Max Verstappen en Formule 1-legende Ayrton Senna. Hoewel de Braziliaan benadrukt dat coureurs uit verschillende generaties moeilijk één op één te vergelijken zijn, maakt hij voor Verstappen een duidelijke uitzondering.
In een exclusief interview noemt Fittipaldi de Nederlander de huidige coureur die volgens hem het dichtst bij Senna komt. Dit komt vooral door wat Verstappen kan bereiken met minder competitief materiaal, een eigenschap die de Braziliaan hoog aanslaat.
Fittipaldi, zelf de eerste Braziliaanse wereldkampioen in de Formule 1 in 1972 en opnieuw in 1974, weet als geen ander wat Senna voor de Braziliaanse autosport betekende. Senna maakte zijn debuut pas na het vertrek van Fittipaldi en veroverde uiteindelijk drie wereldtitels.
Gevraagd welke huidige coureur eigenschappen van zijn landgenoot bezit, hoefde Fittipaldi niet lang te zoeken naar een specifieke naam. Verstappen springt er volgens de Braziliaan duidelijk uit, al formuleert hij de vergelijking voorzichtig.
“Het is moeilijk om te zeggen. Iedereen is anders. Ik zou zeggen dat Max het dichtst bij Ayrton komt. Maar je kunt ze niet vergelijken.”
Daarmee plaatst Fittipaldi Verstappen nadrukkelijk in een bijzonder rijtje, zonder te beweren dat de Nederlander simpelweg een moderne versie van Senna is. Hij ziet vooral één kwaliteit die Verstappen aan Senna doet denken.
“Max kan een auto die niet heel goed is nog steeds heel snel rijden en toch goede resultaten neerzetten,” legt de oud-wereldkampioen uit. Juist het vermogen om boven het materiaal uit te stijgen, maakt volgens hem het verschil.
Verstappen hoeft dus niet noodzakelijk over de beste auto van het veld te beschikken om zich vooraan te melden en een topresultaat te behalen. Dit is een zeldzame kwaliteit die Fittipaldi bewondert.
De Formule 1 waarin Fittipaldi en later Senna reden, verschilde tegelijkertijd enorm van de huidige sport. Vooral het gevaar speelde vroeger voortdurend een rol, wat een ander perspectief gaf op de sport.
“Ik denk dat de coureurs uit mijn tijd met een ander perspectief naar de paddock kwamen. Wanneer we aankwamen, wisten we niet wie er aan het einde van het jaar nog zou zijn. Het was heel zwaar.”
Die werkelijkheid bepaalde volgens hem ook de verhoudingen tussen coureurs. Fittipaldi herinnert zich daardoor een veel hechtere groep rijders, gedreven door de gedeelde risico’s op het circuit.
“Wij coureurs waren heel close met elkaar, omdat we dat enorme veiligheidsprobleem hadden,” legt hij uit. “Er was in mijn tijd veel kameraadschap tussen de coureurs, een band die nu anders is.”
De huidige generatie beschikt volgens Fittipaldi over minstens zoveel talent, maar groeit op in een compleet andere omgeving. De focus op veiligheid heeft de sport ingrijpend veranderd.
“De coureurs zijn nu heel getalenteerd, net als in mijn tijd, maar ze hebben een ander perspectief op veiligheid,” merkt de Braziliaan op. Hij is vooral blij dat veiligheid een veel minder dominante zorg is.
“Godzijdank is het nu veel veiliger dan vroeger,” zegt hij. Daarna wijst hij opnieuw naar de kwaliteit aan de voorkant van het veld. “Ieder jaar heb je vier of vijf coureurs die uitzonderlijke talenten zijn in de Formule 1.”
Fittipaldi maakt vervolgens duidelijk waar Verstappen volgens hem binnen die groep staat. De Nederlander steekt voor hem ook binnen die moderne generatie boven het veld uit als de beste.
“Max is vandaag de dag, naar mijn mening, nog steeds de beste coureur.”
Dat oordeel sluit aan bij zijn eerdere vergelijking met Senna. Niet omdat beide coureurs identiek zijn, maar omdat Verstappen hetzelfde vermogen bezit om met een auto die niet optimaal functioneert toch snelheid en resultaten te produceren.
Volgens Fittipaldi zou niet iedere coureur uit het materiaal kunnen halen wat Verstappen doet. De techniek maakt vergelijken tussen generaties bovendien nog ingewikkelder, stelt de oud-kampioen.
“In mijn tijd moest je heel sterk kunnen aanvoelen wat de auto deed en vervolgens vertellen wat je voelde,” legt hij uit. Tegenwoordig beschikken teams over veel uitgebreidere informatie en data.
“Nu hebben ze al die engineering erbovenop, waardoor je veel preciezer kunt zien hoe de auto functioneert,” besluit Fittipaldi. Dat verandert volgens hem ook de verhouding tussen de coureur en zijn technische omgeving.


