De Formule 1 staat mogelijk voor een opvallende wijziging van de financiële regels. Williams-teambaas James Vowles wil dat kleinere teams vanaf 2027 meer ruimte krijgen binnen de budgetcap. Dit moet de achterstand op de topformaties verkleinen.
Het voorstel wordt volgende maand, in november 2026, besproken binnen de F1 Commission, zo melden internationale media. Op de achtergrond kan ook Red Bull bij de discussie betrokken raken, doordat Racing Bulls mogelijk een belangrijke stem in het proces krijgt.
Williams maakt zich zorgen over de manier waarop de huidige budgetcap in de praktijk uitpakt. Vowles vreest dat de financiële regels bestaande verschillen juist vastzetten.
Vowles vreest dat de financiële regels bestaande verschillen juist vastzetten.
Volg GPheadline op FacebookBlijf dagelijks op de hoogte van het laatste F1-nieuws
De grote teams beschikken immers al jaren over betere infrastructuur, efficiëntere processen en meer mogelijkheden om onderdelen zelf te produceren. Daardoor zijn kleinere formaties relatief meer geld kwijt aan dezelfde werkzaamheden.
Zij houden hierdoor minder budget over om hun auto daadwerkelijk sneller te maken. Vowles wil de budgetcap zelf overigens absoluut niet afschaffen, benadrukt hij.
Volgens Williams heeft het systeem juist veel positieve effecten gehad. De financiële stabiliteit in de Formule 1 is toegenomen en de vroegere wapenwedloop rond uitgaven is grotendeels verdwenen.
Het probleem zit volgens hem vooral in het ontbreken van een mechanisme waarmee achterblijvende teams sneller terrein kunnen goedmaken. Het voorstel draait daarom om een soort inhaalsysteem.
Teams die buiten de top vier vallen, zouden meer financiële ruimte kunnen krijgen dan de formaties die structureel vooraan rijden. Dat kan bijvoorbeeld via een glijdende schaal.
Dit is vergelijkbaar met de verdeling van aerodynamische testtijd. Hoe lager een team staat, hoe groter de extra ruimte binnen de financiële regels zou kunnen worden.
Internationale media melden dat er ook andere varianten op tafel kunnen komen. Zo zou er gewerkt kunnen worden met verschillende categorieën, vergelijkbaar met andere ontwikkelingsmechanismen binnen de Formule 1.
Een andere optie is om pas extra financiële ruimte toe te kennen wanneer een team bijvoorbeeld honderd punten of meer achter de top vier staat. Daarmee zou worden voorkomen dat een team dat nipt vijfde wordt direct extra voordeel ontvangt.
De timing speelt een belangrijke rol in de plannen van Vowles. De Williams-teambaas wil het systeem het liefst al vanaf 2027 invoeren.
Zijn redenering is dat extra investeringen niet onmiddellijk resultaat opleveren. Het kan meerdere jaren duren voordat betere infrastructuur, productieprocessen en personeel zich vertalen naar snellere auto’s.
Wie pas later begint, loopt volgens hem opnieuw achter richting de volgende grote reglementencyclus. De steun voor het plan is voorlopig echter nog niet voldoende.
Voor een wijziging die al in 2027 moet ingaan, zijn naast de FIA en Formula One Management zes van de elf teams nodig. Audi, Aston Martin, Alpine en Cadillac zouden het voorstel in grote lijnen steunen.
Samen met Williams komt dat neer op vijf teams, waardoor er nog één extra stem nodig is. Red Bull komt daardoor voorzichtig in beeld.
Racing Bulls wordt genoemd als een van de teams die mogelijk nog overtuigd kan worden. Daarbij kan meespelen dat Red Bull zelf voordeel zou kunnen zien in extra financiële ruimte voor het zusterteam.
Dat betekent nog niet automatisch dat Racing Bulls voor zal stemmen, maar de positie van het team kan richting de cruciale vergadering in november wel steeds belangrijker worden.
De topteams zullen waarschijnlijk minder enthousiast zijn over een systeem waarmee achtervolgers extra mogelijkheden krijgen. Ook de grote formaties willen wijzigingen aan de budgetcap, maar kijken vooral naar andere onderdelen.
Zo is er gesproken over het buiten de financiële limiet plaatsen van bepaalde kosten, zoals uitgaven aan cybersecurity. Andere teams willen juist dat zoveel mogelijk kosten binnen het plafond blijven.
Mercedes ziet ondertussen een ander probleem ontstaan. De budgetcap dwingt teams volgens de Duitse renstal voortdurend te kiezen tussen investeren in personeel en investeren in de auto.
Plaatsvervangend teambaas Bradley Lord stelde daarover dat ieder team voortdurend moet afwegen hoeveel geld naar mensen gaat en hoeveel naar technische ontwikkeling.
Vooral het aantrekken en behouden van gespecialiseerd personeel wordt daardoor volgens Mercedes steeds ingewikkelder. Vowles kijkt terug op zijn tijd bij Mercedes.
Williams wijst juist naar de achterstand op het gebied van efficiëntie. Vowles stelt dat het produceren van een auto bij zijn huidige team aanzienlijk duurder is dan hij zich herinnert uit zijn tijd bij een topteam.
Grote formaties kunnen meer onderdelen zelf maken, beschikken over betere processen en hebben grotere financiële afdelingen die verspilling binnen de budgetcap zoveel mogelijk voorkomen.
De infrastructuur is eveneens een belangrijk onderdeel van het probleem. Kleinere teams moeten nog fors investeren in bijvoorbeeld windtunnels, machines en andere faciliteiten.
Grote teams hebben veel van die infrastructuur al staan. Daardoor kunnen zij een groter deel van hun jaarlijkse budget rechtstreeks aan de auto besteden.
Achterblijvers moeten eerst geld vrijmaken om hun organisatie überhaupt op hetzelfde niveau te krijgen, voordat ze aan de auto zelf kunnen werken.




