Max Verstappen heeft aangegeven dat hij bereid is om het tegenvallende motorreglement van de komende jaren te accepteren. Dit doet hij in de hoop in 2030 met een V8-motor te kunnen rijden.
Mohammed Ben Sulayem, de president van de FIA, hoopt de schreeuwende motoren dat jaar te herintroduceren. Verstappen blijft tot en met 2030 bij Red Bull Racing, tenzij hij een ontbindende clausule gebruikt.
De viervoudig wereldkampioen tekende een contractverlenging die hem twee jaar langer bij het Oostenrijkse team houdt dan oorspronkelijk. Hierdoor maakt Verstappen kans om in zijn carrière nogmaals met V8-motoren te rijden.
Het is de bedoeling dat hij na 2030 niet langer doorgaat in de Formule 1. Hij wil zich dan focussen op andere raceklassen buiten de sport en meer tijd doorbrengen met zijn familie.
De introductie van de V8-motoren in 2030 zou vroeg zijn, aangezien 2031 het eerdere streefjaar was. Het hangt dus af van Ben Sulayem of dit lukt.
Echter, omdat het huidige motorreglement zodanig tegenvalt, is de kans groot dat de herintroductie van de geliefde motoren een jaar eerder komt. Dit versnelt de plannen van de FIA.
Verstappen was vanaf het begin de grootste tegenstander van de huidige krachtbronnen. Hij twijfelde meermaals over zijn toekomst in de sport door deze regels.
Na gesprekken met de FIA en de Formule 1 is hij echter bereid om te wachten tot en met 2030. Dit markeert een belangrijke verschuiving in zijn standpunt.
Over de huidige motorreglementen en zijn acceptatie daarvan, liet Verstappen zich duidelijk uit. Hij gaf aan de situatie te hebben geaccepteerd, ondanks persoonlijke onvrede.
“Ik heb de situatie waarin we ons bevinden geaccepteerd; persoonlijk ben ik er natuurlijk niet blij mee. Maar tegelijkertijd, gezien de gesprekken die ik heb gevoerd met de F1 en de FIA – waarbij al wordt geprobeerd kleine verbeteringen door te voeren voor volgend jaar en het jaar daarna, plus het jaar waarvoor ik heb getekend, waarbij de deur open blijft staan voor een mogelijke terugkeer van de V8 – ben ik bereid dat te accepteren, maar op dit moment is het, laten we zeggen, niet fantastisch.”
De Nederlander benadrukt dat zijn liefde voor racen onverminderd blijft. Hij ziet nog steeds de aantrekkingskracht van de Formule 1-auto’s en de circuits.
“Ik hou nog steeds van racen. Het is nog steeds een Formule 1-auto, en sommige circuits zijn beter dan andere, en we weten zeker dat we op sommige vlakken kunnen verbeteren. Dus hopelijk wordt het in de loop der jaren een beetje beter.”


