De Formule 1, de koningsklasse van de autosport, wordt vaak geassocieerd met brullende motoren en de geur van verbrand rubber. Maar in een tijdperk van toenemend milieubewustzijn staat ook de ecologische voetafdruk van de sport volop in de schijnwerpers.
Een analyse van de totale CO2-uitstoot van de Formule 1 onthult een complex beeld, waarin de raceauto’s zelf slechts een fractie van het probleem vormen. De grootste impact komt voort uit een gigantische logistieke operatie die de sport de hele wereld over verplaatst.
In 2019 bracht de Formule 1 voor het eerst haar totale CO2-voetafdruk in kaart, die destijds werd vastgesteld op 551 ton CO2-equivalent (tCO2e). Recente rapporten tonen aan dat de sport aanzienlijke vooruitgang boekt in het terugdringen van deze uitstoot.
Eind 2024 was de totale uitstoot gereduceerd tot 720 tCO2e, een daling van 26% ten opzichte van de baseline uit 2018. Deze reductie is des te opmerkelijker gezien de groei van de sport in dezelfde periode, met een kalender die uitbreidde van 21 naar 24 races en een toename van het aantal toeschouwers van 4 miljoen naar 6,5 miljoen.
Zonder de doorgevoerde maatregelen zou de voetafdruk naar schatting met 10% zijn toegenomen.
De anatomie van de co2 uitstoot formule 1
Om de CO2-uitstoot van de Formule 1 effectief aan te pakken, is het cruciaal om te begrijpen waar deze vandaan komt. In tegenstelling tot wat velen misschien denken, zijn de F1-auto’s op de baan niet de grootste boosdoeners.
De uitstoot van de motoren tijdens trainingen, kwalificaties en races vertegenwoordigt slechts 0,7% van de totale voetafdruk van de sport. De overgrote meerderheid van de emissies is toe te schrijven aan andere, minder zichtbare aspecten van een raceweekend en het seizoen als geheel.
De grootste bron van CO2-uitstoot is de logistiek, die goed is voor maar liefst 45% van het totaal. Dit omvat het wereldwijde transport van de auto’s, reserveonderdelen, teamuitrusting en banden via lucht-, zee- en wegvervoer.
Een andere aanzienlijke post is zakelijk reisverkeer (27,7%), waaronder de vlieg- en grondreizen van teampersoneel, officials en partners, evenals de hotelovernachtingen. De fabrieken en faciliteiten van de teams en de Formule 1 zelf dragen voor 19,3% bij, terwijl de operationele activiteiten tijdens een evenement, zoals de stroomvoorziening op het circuit en de uitzendingen, 7,3% van de uitstoot voor hun rekening nemen.
De Formule 1 heeft een ambitieus plan opgesteld om in 2030 volledig CO2-neutraal te zijn. Dit plan, dat in 2019 werd gelanceerd, omvat niet alleen de activiteiten op het circuit, maar de gehele operatie.
Belangrijke pijlers van deze strategie zijn het overstappen op ultra-efficiënte logistiek, het gebruik van 100% hernieuwbare energie in kantoren en fabrieken, en het verduurzamen van de evenementen zelf, waarbij onder andere wordt ingezet op het elimineren van plastic voor eenmalig gebruik.
De revolutie van 2026: duurzame brandstof en efficiëntere motoren
Een van de meest ingrijpende veranderingen in de geschiedenis van de sport staat gepland voor 2026, met de introductie van een nieuwe generatie power units. Deze motoren zullen draaien op 100% duurzame brandstof.
Deze zogeheten ‘e-fuels’ of synthetische brandstoffen worden geproduceerd uit bronnen zoals koolstofafvang uit de lucht, biomassa, algen en gemeentelijk afval, gecombineerd met waterstof die is opgewekt met hernieuwbare energie. Het resultaat is een brandstof die bij verbranding geen extra CO2 in de atmosfeer brengt, omdat de CO2 die vrijkomt eerder uit de atmosfeer is onttrokken tijdens het productieproces.
De nieuwe reglementen schrijven ook een grotere rol voor elektrische aandrijving voor. De verbrandingsmotor en het elektrische deel van de power unit zullen elk ongeveer 50% van het vermogen leveren.
Dit is een aanzienlijke toename van het elektrische aandeel ten opzichte van de huidige motoren. Deze focus op hybride technologie en duurzame brandstoffen is niet alleen bedoeld om de uitstoot van de F1-auto’s zelf naar netto nul te brengen, maar ook om innovatie te stimuleren die relevant kan zijn voor de miljarden personenauto’s met een verbrandingsmotor wereldwijd.
De ontwikkeling van deze geavanceerde brandstoffen is een complexe taak waar brandstofleveranciers zoals Shell en Aramco al jaren intensief mee bezig zijn. Het doel is om een brandstof te creëren die niet alleen CO2-neutraal is, maar ook de extreme prestatie-eisen van de Formule 1 kan weerstaan, zonder in te boeten aan het iconische motorgeluid dat zo kenmerkend is voor de sport.
Een blik op de brandstof formule 1 vroeger
De brandstof die in de Formule 1 wordt gebruikt, is altijd een toonbeeld van technologische vooruitgang geweest, nauw verbonden met de evolutie van de motoren. In de vroege jaren van de sport was de samenstelling van de brandstof veel minder strikt gereguleerd.
Teams en brandstofleveranciers experimenteerden met exotische en soms gevaarlijke mengsels om maximale prestaties uit de motoren te persen. Deze ‘heksenketels’ bevatten vaak componenten als benzeen, tolueen en methanol in hoge concentraties.
In de loop der jaren werden de reglementen steeds strenger, deels uit veiligheidsoverwegingen en deels om de sport relevanter te maken voor de auto-industrie. De brandstof moest steeds meer gaan lijken op de commerciële benzine die bij de pomp verkrijgbaar is.
Voor de overstap naar volledig duurzame brandstoffen in 2026, reed de Formule 1 met E10-brandstof. Dit mengsel bestond voor 10% uit duurzame ethanol en voor 90% uit traditionele fossiele brandstof.
Deze stap was een belangrijke tussenfase in de transitie naar een duurzamere toekomst voor de sport.
De weg naar net zero in 2030
Het bereiken van de Net Zero-doelstelling in 2030 vereist een holistische aanpak die verder gaat dan alleen de auto’s en hun brandstof. De Formule 1 zet fors in op het verduurzamen van de logistiek.
Een proef met door biobrandstof aangedreven vrachtwagens voor het Europese deel van het seizoen resulteerde in een gemiddelde emissiereductie van 83%. Verder wordt er geïnvesteerd in efficiëntere vrachtcontainers en een verschuiving van lucht- naar zeevracht.
Ook op de circuits zelf worden stappen gezet. Tachtig procent van de racepromotors maakt al gebruik van alternatieve energiebronnen zoals zonnepanelen en biobrandstoffen om hun evenementen van stroom te voorzien.
Daarnaast wordt de kalender steeds meer geregionaliseerd om lange reizen tussen continenten te minimaliseren. Door de uitzendoperaties deels te centraliseren in een ‘remote’ centrum in het Verenigd Koninkrijk, reizen er bovendien minder personeelsleden de wereld over.
De Formule 1 fungeert als een proeftuin voor technologische innovatie. De ontwikkelingen op het gebied van duurzame brandstoffen, hybride systemen en efficiëntie hebben het potentieel om een bredere impact te hebben op de transport- en autosector.
Hoewel de weg naar volledige CO2-neutraliteit uitdagend is, toont de sport een duidelijke toewijding om haar ecologische voetafdruk te minimaliseren en een leidende rol te spelen in de transitie naar een duurzamere toekomst.