Vanaf het Formule 1-seizoen 2026 zullen alle racewagens worden aangedreven door 100% duurzame brandstoffen. Deze ingrijpende verandering is een belangrijke stap in de ambitie van de sport om tegen 2030 netto nul CO2-uitstoot te bereiken.
De nieuwe brandstoffen bevatten geen aardolie meer en markeren een fundamentele breuk met eerdere praktijken.
De ontwikkeling van deze geavanceerde duurzame brandstoffen begon al in maart 2022, direct na de beslissing om vanaf 2026 fossiele ingrediënten te verbieden. Dit proces bleek aanzienlijk complexer dan eerdere brandstofprojecten.
Samenstelling en duurzame herkomst
De toekomstige F1-brandstof bestaat uitsluitend uit moleculen die zijn gemaakt van geavanceerde duurzame grondstoffen. Hieronder vallen biobrandstoffen afkomstig uit afvalstromen en synthetische grondstoffen, ook wel e-fuels genoemd.
Deze e-fuels worden geproduceerd uit 100% duurzame en CO2-neutrale bronnen. Voorbeelden hiervan zijn koolstofafvang uit de lucht of industriële processen, biomassa, algen en gemeentelijk afval.
Daarnaast wordt groene waterstof, geproduceerd via elektrolyse met hernieuwbare energie, gecombineerd met de afgevangen CO2 om synthetische koolwaterstoffen te vormen. Na verdere chemische processen en onder hoge druk en temperatuur ontstaat zo de vloeibare synthetische brandstof.
De FIA stelt strenge eisen aan de herkomst van deze brandstoffen. Ze moeten volledig bestaan uit ‘Advanced Sustainable Components’ (ASC’s) en mogen niet afkomstig zijn van voedselbiomassa.
Een minimale samenstelling van 99% synthetische componenten is verplicht. Een kleine marge van 1% is toegestaan voor additieven, die nodig zijn voor brandstofstabiliteit, motoronderhoud en veiligheid, of voor onvermijdelijke verontreinigingen.
Verschil met f1-brandstof
Het grootste verschil met de brandstof die tot en met 2025 werd gebruikt, is de volledige afwezigheid van fossiele componenten. De eerdere brandstof bevatte 10% bio-ethanol, een percentage dat nu naar 100% duurzaamheid is opgeschaald.
De nieuwe brandstof is ontworpen om 100% koolstofneutraal te zijn. Dit betekent dat de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij verbranding, gelijk is aan de CO2 die tijdens het productieproces uit de atmosfeer is opgenomen.
Naast de brandstof ondergaat ook de krachtbron zelf een significante transformatie. De verdeling van het vermogen verschuift drastisch van een 80/20-verhouding (verbrandingsmotor/elektrisch) naar een bijna gelijke 50/50-verdeling.
De verbrandingsmotor levert minder vermogen (400 kilowatt in plaats van 550-560 kilowatt), maar dit wordt gecompenseerd door een aanzienlijke toename van het elektrische vermogen. De batterijcapaciteit stijgt van 120 naar maar liefst 350 kilowatt.
De brandstofstroom is gelimiteerd tot 3.000 MJ per uur, wat efficiëntie en energiebeheer belangrijk maakt. De ontwikkeling van deze brandstoffen en motoren is een complexe uitdaging voor alle betrokken partijen.
Technische eisen en fia-reglementen
De FIA heeft de technische reglementen voor 2026 grondig herzien om de overstap naar duurzame brandstoffen te faciliteren. Deze regels zijn gericht op het verbeteren van de race-ervaring en het aantrekkelijker maken van de sport voor nieuwe motorfabrikanten.
De brandstoffen moeten voldoen aan strenge broeikasgasemissiedrempels en worden onafhankelijk gecertificeerd. De FIA voert frequente controles uit bij fabrikanten om de naleving van de regels te waarborgen.
Een belangrijke wijziging in de krachtbron is het verdwijnen van de MGU-H, het systeem dat energie terugwint uit uitlaatgassen. De MGU-K wordt de enige manier om energie terug te winnen en wordt aanzienlijk krachtiger.
Per ronde kan er straks 8,5 megajoule aan energie worden teruggewonnen, een verdubbeling ten opzichte van de eerdere 4 megajoule. Dit gebeurt voornamelijk tijdens het remmen.
De FIA heeft ook de regels voor luchtinlaat en uitlaatsystemen verduidelijkt en de brandstofgoedkeuringsregels uitgebreid naar pre-season tests en TCC-tests. Dit alles draagt bij aan een van de meest milieustrenge brandstofspecificaties in de autosport.
| Aspect | F1 (tot 2025) | F1 2026 Reglementen |
|---|---|---|
| Brandstofsamenstelling | 10% bio-ethanol, fossiele componenten | 100% duurzame brandstof (e-fuels, biobrandstoffen) |
| CO2-uitstoot | Niet CO2-neutraal | 100% CO2-neutraal (cyclus) |
| Vermogensverdeling (ICE/Elektrisch) | Circa 80% / 20% | Circa 50% / 50% |
| Elektrisch vermogen batterij | 120 kilowatt | 350 kilowatt |
| Energie terugwinning (MGU-K) | Circa 4 MJ per ronde | 8.5 MJ per ronde |
| MGU-H | Aanwezig | Verwijderd |
| Brandstofstroom | Hoger | Gelimiteerd tot 3.000 MJ/uur |
De rol van brandstofleveranciers
Brandstofleveranciers spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de nieuwe F1-brandstoffen. Zij werken nauw samen met de teams en motorfabrikanten om de brandstof en de krachtbron optimaal op elkaar af te stemmen.
Grote oliemaatschappijen hebben aanzienlijke investeringen gedaan in onderzoek en ontwikkeling. Shell, bijvoorbeeld, werkt exclusief samen met Scuderia Ferrari HP en haar klantenteams.
Petronas is de partner van Mercedes-AMG en levert brandstof aan teams als Mercedes, McLaren, Williams en Alpine. Zij richten zich op het verlagen van de kosten van geavanceerde duurzame brandstof zonder in te boeten op prestaties.
ExxonMobil is de brandstofleverancier voor Red Bull Racing en Racing Bulls. Zij hebben hun nieuwe e-fuel ruim voor het seizoen 2026 ontwikkeld, met een focus op duurzaamheid en snelheid.
Aramco is de strategische partner van Aston Martin en de wereldwijde energiesponsor van de Formule 1. Zij leveren ook de geavanceerde duurzame brandstof die wordt gebruikt in de Formule 2 en Formule 3, wat dient als een belangrijke testbank.
Audi, een nieuwe motorfabrikant vanaf 2026, werkt samen met BP, dat brandstof levert via Castrol. Deze samenwerkingen benadrukken de intensieve concurrentie en innovatie achter de schermen.
Toekomstperspectieven en bredere impact
De Formule 1 positioneert zich met deze brandstofrevolutie als een belangrijk testlaboratorium voor duurzame technologieën. De lessen die hier worden geleerd, kunnen uiteindelijk hun weg vinden naar de bredere transportsector.
Het doel van de Formule 1 om tegen 2030 netto nul CO2-uitstoot te bereiken, wordt mede gedragen door de ontwikkeling van deze ‘drop-in’ brandstoffen. Deze kunnen potentieel in bestaande verbrandingsmotoren worden gebruikt, wat bijdraagt aan de wereldwijde energietransitie.
De kosten van de nieuwe F1-brandstof, die tussen de 170 en 300 dollar per liter worden geschat, maken brede toepassing voor de gewone consument op dit moment nog onbetaalbaar. Verdere optimalisatie van productieprocessen en kostenreductie zijn daarom essentieel voor toekomstige adoptie.
De focus ligt op het voortzetten van de brandstofmotor in een duurzame context, waarbij de Formule 1 de grenzen van innovatie blijft verleggen. Dit toont aan dat prestaties en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan.




