Een Formule 1-auto verbruikt tijdens een race een aanzienlijke hoeveelheid brandstof, maar de reglementen hieromtrent ondergaan per 2026 een van de grootste revoluties in de geschiedenis van de sport. De focus verschuift drastisch naar efficiëntie en duurzaamheid, wat directe gevolgen heeft voor de strategie, de techniek en het brandstofverbruik van de wagens.
Vanaf 2026 wordt de maximaal toegestane hoeveelheid brandstof per race flink verlaagd, een direct gevolg van de introductie van een nieuwe generatie power units en 100% duurzame brandstoffen.
Hoeveel liter brandstof een f1-auto verbruikt
Tot en met het seizoen van 2025 was het voor teams toegestaan om maximaal 110 kilogram brandstof te gebruiken voor een volledige raceafstand. Omdat het soortelijk gewicht van F1-brandstof anders is dan dat van water, komt dit neer op een tankinhoud van ongeveer 145 tot 150 liter.
Sinds de afschaffing van het bijtanken tijdens de race in 2010, moeten de auto’s de race starten met alle benodigde brandstof aan boord. Teams berekenen de benodigde hoeveelheid nauwkeurig en nemen zelden de volledige 110 kg mee.
Een lichtere auto is immers sneller, maar een misrekening kan een coureur dwingen tot ‘lift and coast’: het vroegtijdig loslaten van het gas om brandstof te sparen, wat kostbare rondetijd kost. Na afloop van de race moet er reglementair nog minimaal één liter brandstof in de tank zitten voor controle door de FIA.
Het gemiddelde verbruik van een F1-auto ligt hiermee op ongeveer 60 tot 75 liter per 100 kilometer, afhankelijk van het circuit, de weersomstandigheden en de afstelling van de wagen. Dit is een extreem hoog verbruik in vergelijking met een normale personenauto, maar het is een reflectie van het immense vermogen dat de 1.6 liter V6-turbohybride motoren leveren, wat kan oplopen tot boven de 1.000 pk.
De nieuwe F1 brandstof regels vanaf 2026
Vanaf het seizoen 2026 verandert het speelveld compleet. De technische reglementen schrijven een drastische reductie van de brandstofhoeveelheid voor.
Teams mogen dan nog maar circa 70 kilogram brandstof meenemen voor een race. Dit vertaalt zich naar een geschatte tankinhoud van slechts 90 tot 100 liter.
Deze significante verlaging is mogelijk door een complete herziening van de power unit. De nieuwe motoren zullen een bijna gelijke verdeling (50/50) hebben tussen het vermogen van de verbrandingsmotor en de elektrische systemen.
Het elektrisch vermogen van de MGU-K wordt bijna verdrievoudigd van 120 kW naar 350 kW, terwijl het vermogen van de verbrandingsmotor wordt teruggeschroefd naar ongeveer 400 kW (circa 540 pk).
Deze nieuwe balans tussen verbrandingsmotor en elektrische energie is de kern van de nieuwe reglementen. Het dwingt teams en coureurs om nog slimmer om te gaan met energiemanagement.
De auto’s worden bovendien lichter (een reductie van 30 kg), korter en smaller, en krijgen actieve aerodynamica met beweegbare voor- en achtervleugels om de luchtweerstand op rechte stukken te verminderen en zo het verbruik verder te drukken.
De overstap naar 100% duurzame brandstof
Een van de meest baanbrekende veranderingen voor 2026 is de verplichte overstap naar 100% geavanceerde duurzame brandstoffen, ook wel e-fuels of synthetische brandstoffen genoemd. Deze brandstof wordt niet langer uit aardolie gewonnen, maar geproduceerd in een laboratorium.
De productie gebeurt op basis van duurzame bronnen zoals biomassa, algen, huishoudelijk afval of via koolstofafvang (carbon capture) gecombineerd met waterstof uit hernieuwbare energie. Het resultaat is een CO2-neutrale brandstof: de CO2 die vrijkomt bij de verbranding is gelijk aan de hoeveelheid die tijdens het productieproces uit de atmosfeer is onttrokken.
Deze stap is belangrijk voor de ambitie van de Formule 1 om in 2030 volledig CO2-neutraal te zijn.
De ontwikkeling van deze nieuwe brandstoffen is een enorme technische uitdaging voor brandstofleveranciers zoals Shell en Petronas. De samenstelling en energiedichtheid zullen een belangrijke factor worden in de competitiviteit van de teams.
De kosten voor deze in laboratoria ontwikkelde brandstof zijn vooralsnog extreem hoog, met schattingen die uiteenlopen van 170 tot 800 euro per liter. Hoewel dit voorlopig onbetaalbaar is voor de consument, hoopt de Formule 1 dat de technologische vooruitgang de productiekosten op termijn zal verlagen, zodat de technologie ook voor personenauto’s beschikbaar kan komen.
| Reglementperiode | Max. Brandstof (Gewicht) | Geschatte Tankinhoud (Volume) | Brandstoftype |
|---|---|---|---|
| Tot en met 2025 | 110 kg | ~145 – 150 liter | E10-benzine (10% duurzame ethanol) |
| Vanaf 2026 | ~70 kg | ~90 – 100 liter | 100% geavanceerde duurzame brandstof (e-fuel) |
Brandstof in de formule 1 vroeger
Het brandstofreglement in de Formule 1 is door de decennia heen constant geëvolueerd. In de jaren ’80, tijdens het eerste turbotijdperk, was het brandstofverbruik gigantisch en waren er vaak geen limieten, wat leidde tot auto’s met meer dan 1.500 pk in kwalificatietrim.
Later werden er wel limieten ingevoerd om het vermogen in te dammen. Een belangrijke strategische factor was het bijtanken tijdens de race, wat van 1994 tot en met 2009 was toegestaan.
Dit zorgde voor lichtere auto’s aan de start en uiteenlopende strategieën met meerdere pitstops. De pitstops voor brandstof waren echter risicovol en werden om veiligheidsredenen en kostenbesparing afgeschaft.
Sinds 2010 moeten de auto’s dus met een volle tank voor de gehele raceafstand starten, wat een fundamentele verandering in de race-aanpak betekende en de nadruk legde op brandstofmanagement en efficiëntie, een trend die met de regels van 2026 naar een nieuw hoogtepunt wordt gebracht.