De 107-procentregel in de Formule 1 is een sportief reglement dat ervoor zorgt dat alle deelnemende auto’s voldoende competitief zijn. Deze regel voorkomt dat te langzame wagens een gevaar vormen voor snellere concurrenten op de baan.
Het reglement is van toepassing tijdens de eerste kwalificatiesessie, bekend als Q1.
Coureurs moeten een rondetijd neerzetten die binnen 107 procent van de snelste tijd in Q1 valt. Als een coureur hier niet aan voldoet, mag deze in principe niet deelnemen aan de race.
De regel werd oorspronkelijk ingevoerd in 1996 en na een onderbreking opnieuw geïntroduceerd in 2011.
Berekening van de 107-procentgrens
De 107-procentgrens wordt berekend op basis van de snelste rondetijd die in Q1 is neergezet. Deze snelste tijd wordt vermenigvuldigd met 1,07.
Het resultaat is de maximale tijd waarbinnen elke andere coureur moet blijven.
Stel dat de snelste coureur in Q1 een tijd van 1 minuut en 30 seconden (90 seconden) neerzet. De 107-procentgrens wordt dan 90 seconden vermenigvuldigd met 1,07, wat resulteert in 96,3 seconden.
Dit komt overeen met 1 minuut en 36,300 seconden.
Alle coureurs die in Q1 een tijd neerzetten die langzamer is dan deze berekende grens, vallen buiten de 107-procentregel. Zij riskeren uitsluiting van de Grand Prix.
| Snelste Q1-tijd | Berekening 107% | 107%-grens |
|---|---|---|
| 1:30.000 (90 seconden) | 90 x 1.07 | 1:36.300 (96,3 seconden) |
| 1:40.000 (100 seconden) | 100 x 1.07 | 1:47.000 (107 seconden) |
Toepassing tijdens de eerste kwalificatiesessie
De 107-procentregel is uitsluitend van toepassing tijdens de eerste kwalificatiesessie, Q1. In deze sessie nemen alle twintig coureurs deel om een zo snel mogelijke rondetijd neer te zetten.
De regel geldt alleen wanneer de baan droog is. Als de wedstrijdleider de kwalificatie als ‘nat’ verklaart, wordt de 107-procentregel niet gehandhaafd.
Dit komt doordat natte omstandigheden de snelheidsverschillen tussen auto’s aanzienlijk kunnen vergroten.
De vijf langzaamste coureurs in Q1 vallen af en starten de race vanaf de posities zestien tot en met twintig. Binnen deze groep moet elke coureur echter nog steeds binnen de 107-procentgrens van de snelste Q1-tijd blijven om startrecht te behouden.
Gevolgen van een te trage kwalificatietijd
Een coureur die in Q1 een tijd neerzet die buiten de 107-procentgrens valt, mag in principe niet deelnemen aan de race. Dit is de directe consequentie van het overtreden van deze sportieve regel.
Historisch gezien heeft de regel ervoor gezorgd dat onvoldoende competitieve teams en coureurs werden uitgesloten. Dit gebeurde bijvoorbeeld met het MasterCard Lola-team in 1997, waarbij beide coureurs niet mochten starten.
Hoewel de regel nog steeds bestaat, komt het in de moderne Formule 1 zelden voor dat coureurs daadwerkelijk worden uitgesloten. De prestatieverschillen tussen teams zijn kleiner geworden en de betrouwbaarheid van de auto’s is toegenomen.
Uitzonderingen en de rol van stewards
De stewards van de race kunnen onder uitzonderlijke omstandigheden toestemming geven aan een coureur om toch te starten. Dit gebeurt zelfs als de coureur de 107-procentgrens niet heeft gehaald.
Dergelijke uitzonderingen worden overwogen bij mechanische problemen, een crash tijdens de kwalificatie of onverwachte weersomstandigheden. De stewards beoordelen de situatie op basis van de specifieke feiten.
Als een coureur toestemming krijgt om te starten, wordt deze achteraan de startgrid geplaatst. Eventuele andere straffen worden hierna nog toegepast.
Belang van vrije trainingen bij besluitvorming
De prestaties van een coureur tijdens de vrije trainingen spelen een belangrijke rol bij een uitzonderingsbesluit van de stewards. Als een coureur in de vrije trainingen consistent snelle tijden heeft neergezet, kan dit de stewards overtuigen.
Dit toont aan dat de auto en coureur in staat zijn om competitieve rondetijden te rijden. Een incident in Q1 wordt dan eerder als een ongelukkige samenloop van omstandigheden gezien.
Zonder overtuigende tijden in de vrije trainingen is de kans kleiner dat de stewards een uitzondering toestaan. De coureur moet kunnen aantonen dat de auto veilig en snel genoeg is voor de race.
De oorsprong van de 107-procentregel
De 107-procentregel werd in 1996 ingevoerd om de veiligheid en competitiviteit van de Formule 1 te waarborgen. In de jaren negentig namen teams met beperkte budgetten en aanzienlijk langzamere auto’s deel aan de sport.
Deze grote snelheidsverschillen leidden tot gevaarlijke situaties op de baan. Langzamere auto’s werden vaak meerdere keren per race op een ronde gezet, wat het risico op incidenten verhoogde.
De FIA en commerciële rechtenhouder Bernie Ecclestone wilden de kwaliteit van het startveld verbeteren. Zij stelden dat alleen de beste teams en coureurs in de Formule 1 thuishoren.
Na een periode van afwezigheid tussen 2003 en 2010, werd de regel in 2011 opnieuw ingevoerd. Dit gebeurde vanwege de terugkeer van het knock-out kwalificatieformat en de komst van nieuwe, minder gefinancierde teams.




