McLaren-reservecoureur Pato O’Ward heeft zijn droom om in de Formule 1 te racen grotendeels losgelaten. Waar de sport voor velen het hoogst haalbare is, kijkt de Mexicaan er inmiddels heel anders naar. Hij is al jarenlang onderdeel van een Formule 1-team.
Vroeger was er bij O’Ward vooral enthousiasme over de snelheid, techniek en extreme prestaties van de auto’s. Dat gevoel heeft plaatsgemaakt voor twijfel. De sport is volgens hem steeds verder verwijderd geraakt van wat hem ooit aantrok, namelijk het pure racen zelf.
De Mexicaan, sinds 2022 als test- en reservecoureur verbonden aan McLaren, haalde opvallend hard uit naar de Formule 1. Hij stelt dat de sport te veel is veranderd en minder draait om puur racen. In een interview gaf hij een duidelijke uitleg over zijn veranderde houding.
“Eerlijk gezegd denk ik dat de Formule 1 een fout heeft gemaakt in hoe het nu is geworden. Het voelt kunstmatig.”
O’Ward doelt hiermee op de huidige richting van de sport, waarin entertainment een grotere rol speelt. Zijn oorspronkelijke motivatie om de Formule 1 te bereiken lag ergens anders. Het ging hem niet om roem of geld, maar om de ongelooflijke auto’s.
“Het vuur dat ik had om naar de Formule 1 te gaan was niet vanwege roem of geld, echt niet. Het was omdat die auto’s ongelooflijk waren.”
Dat pure gevoel is volgens de Mexicaan in de loop der jaren afgenomen. “Ik heb het idee dat elk jaar een beetje van die essentie is verdwenen. Dat pure gevoel,” aldus O’Ward.
De 25-jarige coureur heeft zich ondertussen bewezen in de IndyCar, waar hij sinds 2020 actief is. Vorig seizoen eindigde hij als tweede in het kampioenschap, zijn beste resultaat tot nu toe. Een definitieve overstap naar de Formule 1 bleef uit en hij lijkt daar nu minder behoefte aan te hebben.
Tijdens zijn periode bij McLaren reed O’Ward al meerdere vrije trainingen. Mogelijk komt daar nog een sessie bij, maar zijn toekomst in de Formule 1 blijft onzeker. Hij geeft aan dat niets vaststaat.
“Aan het einde van het jaar, als het seizoen voorbij is, denk ik dat ik een test doe en misschien zelfs een vrije training in de Formule 1.”
Zijn kritiek richt zich vooral op de hulpmiddelen bij inhalen. O’Ward benadrukt dat hij racet vanuit passie, waarbij hij een auto tot het uiterste wil pushen. Het gaat om remmen en snelle bochten, niet om kunstmatig inhalen met een druk op de knop.
“Iemand zoals ik zoekt dat: je wilt racen omdat je die passie hebt. Je wilt een auto tot het uiterste pushen bij het remmen, je wilt zo snel mogelijk door een snelle bocht. Niet op een knop drukken om iemand in te halen, alsof het kunstmatig gebeurt. We zijn aan het racen.”
Voor O’Ward is de keuze daardoor duidelijker geworden. Hij is erg blij in de IndyCar, die hij momenteel de beste raceklasse noemt voor een coureur die echt wil racen.
Over de Formule 1 blijft hij onverminderd kritisch. De sport voelt voor hem te veel als een show, te kunstmatig, en dat spreekt hem eerlijk gezegd niet aan.


