De Grand Prix van Azerbeidzjan zorgde opnieuw voor een reeks aan incidenten op het verraderlijke stratencircuit van Bakoe. Gedurende het hele weekend liep de schade op tot een indrukwekkend bedrag van € 2.655.000 aan verbruikte onderdelen.
Vooral Andrea Kimi Antonelli, Alexander Albon en Pierre Gasly waren verantwoordelijk voor aanzienlijke rekeningen voor hun teams. Max Verstappen wist zijn Red Bull daarentegen volledig uit de problemen te houden tijdens de hectische race.
Tijdens de tweede vrije training veroorzaakte Arvid Lindblad een van de eerste stevige klappers van het weekend. De Racing Bulls-coureur nam te veel snelheid mee in het smalle kasteelgedeelte, waardoor hij zijn auto niet uit de muur kon houden.
Zowel de ophanging rechtsvoor als rechtsachter raakte daarbij beschadigd. Dit incident leverde Lindblad een schadepost van € 212.000 op en betekende direct flink wat extra werk voor zijn monteurs.
Andrea Kimi Antonelli maakte het tijdens de kwalificatie nog een stuk duurder voor Mercedes. De leider in het wereldkampioenschap stuurde in Q1 te vroeg in tijdens een snelle ronde, waarbij de ophanging linksvoor beschadigd raakte.
Mercedes moest vervolgens in Parc Fermé opnieuw aan de auto werken, met betrokkenheid van de FIA. Ook de rem linksvoor en de voorvleugel stonden op de lijst van te vervangen onderdelen na de crash.
Later in de race liep Antonelli bovendien vloerschade op na een moment met Oliver Bearman. Hierdoor eindigde de Italiaan met afstand bovenaan de schaderekening van het weekend.
Mercedes moest voor € 604.000 aan onderdelen afschrijven, wat Antonelli een flinke sprong in het Brokkenpiloten-klassement bezorgde. Dit is extra opvallend, aangezien hij tegelijkertijd de leiding in het wereldkampioenschap in handen heeft.
Op sportief vlak draait Antonelli een bijzonder sterk seizoen, maar in het schadeoverzicht begint hij inmiddels eveneens nadrukkelijk richting de bovenste positie te kruipen.
Lance Stroll zorgde nog vóór de race voor de volgende werkzaamheden voor Aston Martin. Het team moest in Parc Fermé aan de ophanging rechtsvoor van zijn auto werken, waarvoor eveneens toestemming van de FIA nodig was.
Voor de Canadees betekende dit een rekening van € 120.000. Toch bleven de grootste financiële gevolgen voor het weekend bewaard voor de wedstrijd zelf, waar de incidenten zich snel opstapelden.
Alexander Albon ging in de openingsfase van de race stevig de fout in. De Williams-coureur verremde zich in de eerste sector en belandde vervolgens in de muur, met aanzienlijke schade tot gevolg.
Hij beschadigde niet alleen zijn voorvleugel, maar ook de ophanging linksvoor en rechtsvoor. De rekening liep daardoor op tot liefst € 450.000, waarmee Albon zich nadrukkelijk in de Brokkenpiloten-lijst liet gelden.
Alleen Andrea Kimi Antonelli veroorzaakte gedurende het hele weekend meer schade dan de Williams-coureur in Bakoe.
Franco Colapinto stond vervolgens centraal bij het meest besproken incident van de race. Bij de herstart na de safetycar remde de Alpine-coureur te laat, waarna zowel Lando Norris als Pierre Gasly betrokken raakte bij de crash.
Colapinto beschadigde zelf zijn ophanging rechtsachter, wat resulteerde in € 92.000 aan schade. De gevolgen voor de twee andere coureurs waren echter aanzienlijk groter en leidden na afloop tot de nodige discussie.
Lando Norris liep schade op aan zijn ophanging linksvoor en achtervleugel, goed voor een rekening van € 220.000. De Brit was na afloop woedend op Colapinto.
Norris zei zelfs dat de Argentijn een schorsing verdiende en dat “dit soort coureurs” volgens hem niet in de Formule 1 thuishoorden.
Later kwam hij terug op die harde woorden en bood hij Colapinto persoonlijk zijn excuses aan. De financiële gevolgen van het incident bleven uiteraard staan voor McLaren.
Pierre Gasly kwam er nog slechter vanaf bij hetzelfde incident. Zijn Alpine liep schade op aan de voorvleugel, sidepod en ophanging linksvoor.
Daardoor kwam zijn persoonlijke rekening voor Bakoe uit op maar liefst € 417.000. Gasly profiteert daar op een wat pijnlijke manier van in het Brokkenpiloten-klassement.
Door dat bedrag schiet hij Max Verstappen voorbij. Het verschil tussen beide coureurs bedraagt na Azerbeidzjan zelfs net € 1.400 in het nadeel van de Fransman.
Liam Lawson kwam bij dezelfde herstart eveneens niet ongeschonden weg. De Racing Bulls-coureur raakte zijn teamgenoot Arvid Lindblad en liep daarbij schade aan de vloer op.
Dat leverde hem een rekening van € 210.000 op. Voor Racing Bulls was Bakoe daarmee opnieuw een duur weekend, want Lindblad en Lawson waren samen goed voor € 422.000 aan schade.
Daarmee eindigde het team als vierde op de schadestaat van alleen deze Grand Prix.
Valtteri Bottas zorgde in de slotfase voor het laatste grote incident. De Cadillac-coureur crashte aan het einde van de tweede sector en beschadigde daarbij zijn voorvleugel en ophanging rechtsvoor.
De schade kwam uit op € 330.000. Zijn crash had bovendien sportieve gevolgen: door de gele vlag kwam Max Verstappen in de laatste ronde nog heel dicht bij George Russell.
De Nederlander kwam uiteindelijk slechts een fractie tekort voor de overwinning.
Charles Leclerc blijft ondanks een schadevrij weekend de leider van het Brokkenpiloten-klassement met € 2.261.600. Andrea Kimi Antonelli komt door zijn kostbare Bakoe-weekend echter gevaarlijk dichtbij.
Hij staat inmiddels op € 2.150.000. Pierre Gasly volgt met € 1.879.000, terwijl Max Verstappen door het uitblijven van nieuwe schade op € 1.877.600 blijft staan.
De Nederlander stond vóór Bakoe nog tweede, maar zakt dus zonder zelf schade te rijden naar de vierde positie. Ferrari blijft bij de teams bovenaan staan met € 3.833.600 aan schade over het seizoen.
Red Bull Racing volgt met € 3.543.600, terwijl Mercedes door de rekening van Andrea Kimi Antonelli inmiddels op € 3.028.000 staat. Alpine is vierde met € 2.793.000.
Williams volgt met € 2.094.200 en McLaren met € 2.079.400. Bakoe kostte de teams gezamenlijk € 2.655.000, waarmee het stratencircuit opnieuw zijn reputatie als brokkenmaker volledig waarmaakte.




