Lando Norris heeft een fundamentele verandering opgemerkt in de manier waarop hij naar zichzelf kijkt. De McLaren-coureur worstelde jarenlang met de vraag of hij zijn gestelde doelen daadwerkelijk kon bereiken in de Formule 1.
Nu hij heeft bewezen dat hij races en zelfs kampioenschappen kan winnen, is een belangrijk stukje onzekerheid bij de Brit verdwenen. Norris veroverde vorig jaar de wereldtitel, een cruciale mijlpaal.
De verwachtingen binnen het McLaren-team blijven echter onverminderd hoog. Als een van de belangrijkste coureurs ligt de lat ieder weekend hoog en wordt van hem verwacht dat hij vooraan meedoet.
Toch merkt Norris dat deze druk tegenwoordig anders op hem inwerkt dan eerder in zijn carrière. Hij ervaart een innerlijke zekerheid die hij voorheen miste.
“Ik weet niet of het druk is of gewoon het feit dat ik minder aan mezelf kan twijfelen, omdat ik vanbinnen de zekerheid heb dat ik kan bereiken wat ik wil bereiken,” vertelt Norris in een interview met de media.
De Brit heeft altijd een sterke behoefte gehad om zichzelf te overtuigen. Het oordeel van anderen was daarbij minder belangrijk dan zijn eigen ervaring en prestaties.
Hierdoor kon Norris, ondanks positieve geluiden van buitenaf, lang terughoudend blijven over zijn eigen kansen. Hij moest het eerst aan zichzelf bewijzen.
“Iedereen is hier omdat ze verwacht dat ik goede dingen doe en ieder weekend presteer. Dat hoort ook zo en dat geldt voor het hele team,” legt Norris uit.
Hij vervolgt: “Maar ik ben altijd iemand geweest die dingen eerst aan mezelf moest bewijzen.” Deze eigenschap heeft hem gedurende zijn Formule 1-loopbaan regelmatig gevolgd.
De McLaren-coureur wilde niet alleen horen dat hij goed genoeg was, maar wilde zelf ervaren dat hij daadwerkelijk tot de absolute top kon behoren. Dit maakte bepaalde mijlpalen extra belangrijk.
Een overwinning was voor hem niet alleen een eerste zege, maar vormde ook het bewijs dat een doel dat eerder vooral theoretisch leek, daadwerkelijk haalbaar was.
“Het maakte me niet zoveel uit wat andere mensen mij konden bewijzen. Ik had liever dat ik het zelf kon,” aldus Norris over zijn mindset.
Hij voegt toe: “Ik vond het altijd moeilijk om te geloven dat ik een race in de Formule 1 kon winnen, totdat ik daadwerkelijk een race in de Formule 1 won.”
Dezelfde ontwikkeling speelde zich vervolgens af rond het behalen van de wereldtitel. Waar Norris eerder nog moest afgaan op de overtuiging van anderen, kon hij na zijn successen terugvallen op zijn eigen ervaringen.
Dit veranderde volgens de Brit de basis waarop hij naar nieuwe doelen kijkt. Zijn eerdere prestaties vormen inmiddels een stevig referentiepunt.
“Ik vond het altijd moeilijk om te geloven dat ik kon winnen en dat ik had wat nodig was om een wereldkampioenschap te winnen, totdat ik het wereldkampioenschap won.”
De McLaren-coureur hoeft daardoor niet meer uitsluitend vooruit te kijken wanneer hij zijn eigen mogelijkheden beoordeelt. Zijn verleden geeft hem nu houvast.
Dat betekent niet dat nieuwe successen vanzelfsprekend zijn, maar wel dat Norris met een andere uitgangspositie aan nieuwe uitdagingen begint. Hij heeft meer vertrouwen in zichzelf.
Norris merkt dat verschil vooral wanneer hij zichzelf opnieuw doelen stelt. De onzekerheid die eerder onderdeel was van zijn manier van werken, heeft plaatsgemaakt voor een veel stevigere overtuiging.
Juist omdat hij inmiddels heeft ervaren wat hij kan bereiken, hoeft hij zichzelf minder vaak opnieuw te overtuigen. De innerlijke zekerheid is nu diep geworteld.
“Nu heb ik diep vanbinnen die zekerheid wel. Ik heb vertrouwen en geloof in mezelf,” besluit Norris. “Dat is iets wat ik eerder graag had gehad, maar zo zit ik nu eenmaal niet helemaal in elkaar en zo werk ik blijkbaar.”
Voor Norris lijkt daarmee vooral de basis onder zijn zelfvertrouwen te zijn veranderd. De druk van McLaren en de verwachtingen vanuit de Formule 1 blijven bestaan.
De Brit beschikt inmiddels echter over iets wat hij eerder nog moest zoeken: het bewijs dat hij zijn eigen ambities daadwerkelijk kan waarmaken.




